Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S71
§ 23. Slinger.
(Leerboek I, § 31 no 19—21).
1. De lengten van twee slingers verhouden zich als 12 : 27. Be-
reken de verhouding van hunne slingertijden en van de aan-
tallen slingeringen, die zij per minuut maken.
Van twee slingers doet de eerste 50 en de tweede 80 slinge-
ringen per minuut. Bepaal de verhouding van hunne lengten
en van hunne slingertijden.
3, De lengten van drie slingers verhouden zich als 1 : 4:9. Be-
paal de verhouding van de aantallen slingeringen, die zij per
minuut maken.
4* Een slinger te Amsterdam doet 100 slingeringen per minuut.
Hoe lang is hij? g = 9,812; n 3,1416, dus ti^ = 9,86965.
5. De lengten van twee slingers verhouden zich als 12 : 27. De
slingertijd van den eersten is 0,8 seconde. Hoeveel slingeringen
doet de tweede in 5 minuten?
6*. Bepaal voor Amsterdam de slingertijd van een slinger, die 1,2
M lang is. Zie n° 4.
7*. Hoe lang is de secondeslinger te Amsterdam ? En hoe lang
een slinger, die 120 slingeringen per minuut doet?
8*. Hoe lang is de secondeslinger aan den evenaar {g — 9,781\
en hoe lang aan de noordpool (g =: 9,831)?
Hoe groot is de versnelling der zwaartekracht op eene plaats,
waar de lengte van den secondeslinger 0,995 bedraagt?
10*. Als een uurwerk met secondeslinger aan den evenaar juist
loopt, hoeveel zou het dan per dag voorgaan, als men het
naar de noordpool verplaatste ? Gebruik de uitkomsten van n°. 8.
11*. Welken slingertijd zou een slinger van 3 M hebben, die zich
in het verlengde der aardas op een afstand van 2 aardstralen
van het middelpunt der Aarde bevindt?
12*. Hoe groot is de versnelling der zwaartekracht in eene diepe
mijn, wanneer een slinger van 1 M er een slingertijd heeft
van 1,005 seconde?
13. De slinger eener pendule is 3 dM lang. Als deze pendule per