Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
groot is de verticale afstand van de kwikspiegels in de beide
beenen? Men weet, dat 1 cM" water 1 G weegt, 1 cM^ alcohol
0,8 G en 1 cM^^ kwik 13,6 G.
56. Op eene bepaalde plaats op Aarde legt een lichaam, dat los-
gelaten wordt, onder den invloed der zwaartekracht in de
eerste seconde een weg af van 4,9 M Hier wordt een kogel
van 0,098 KG verticaal naar boven geschoten en bereikt eene
hoogte van 250 M boven het einde van den loop. Welke
snelheid had hij op het oogenblik, dat hij den loop verliet?
Indien de lengte van den loop 1 M is en men aanneemt, dat
de kogel binnen den loop eene eenparig versnelde beweging
heeft gehad, welke kracht heeft dan op den kogel gewerkt
gedurende zijne beweging binnen den loop?
57. Indien men weet, dat 20 KG tin in water gewogen 2§f KG
in gewicht verliest en 20 KG lood KG, uit hoeveel lood
en hoeveel tin bestaat dan eene legeering dezer metalen, die
in water 106 KG en daar buiten 120 KG weegt?
De volgende 23 rraagstnl^hen zijn van vergelijkende examens.
58. Onder een lichaam, welks S.G. 1,1 is en dat 66 KG weegt,
wordt zooveel dM'^ kurk (S.G. 0,24) aangebracht, dat de helft
van het lichaam boven water drijft. Hoeveel kurk is daartoe
noodig ?
59. In een manometer met samengeperste lucht, die overal eene
doorsnede heeft van 1 cM-, neemt de lucht bij eene drukking
van 1 atmospheer eene ruimte in van 70 cM^. Als het kwik
dan 38 cM in de buis rijst, vraagt men naar de spanning van
het gas, dat die rijzing doet ontstaan.
60. Bij zekere temperatuur is het product van de aantallen graden,
door de thermometers van C. en R. aangewezen^ 980. Hoeveel
graden wijst de thermometer van F. aan?
61. Een ballon, zooals kinderen ze als speelgoed gebruiken, heeft
eene bolvormige gedaante en is gevuld met een gas, dat 13
maal zoo licht is als de dampkringslucht. De stof, waarvan de
ballon is vervaardigd, weegt 6,596 G. Als het speeltuigje een©