Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
geworpen met eene snelheid van 25 M per seconde. Drie
seconden later wordt van dezelfde plaats een tweede lichaam
B verticaal naar boven geworpen met eene snelheid van 15
M, Wanneer en waar ontmoeten zij elkaar en hoe groot is op dat
oogenblik hunne snelheid ? Voor de versnelling der zwaarte-
kracht wordt 10 M genomen.
47. Eene cylindrische van boven gesloten glazen buis, die gedeel-
telijk met lucht is gevuld, staat verticaal in een diepen kwik.
bak. De kwikspiegel in de buis staat 580 millimeter boven
dien in den bak. De met lucht gevulde ruimte heeft eene
hoogte van 200 millimeter. De buis wordt neergedrukt totdat
de hoogte van de luchtkolom 150 millimeter bedraagt. De
kwikspiegel in de buis staat dan 450 millimeter boven dien
in den bak. Hoe groot is de dampkringsdruk?
48. Een stuk kurk van 38,4 gram wordt verbonden aan een stuk
ijzer. Het zoo gevormde lichaam zweeft in alcohol. Men vraagt
hoe groot het volume van het ijzer is. S,Gr. kurk = 0,24; S.G.
ijzer = 7,8; S.G. alcohol = 0,8,
49. Een ballon van 200 cM^ inhoud wordt bij een barometerstand
van 76 cM met lucht gevuld. Bij een barometerstand van 75
cM wordt hij in verbinding gebracht met de luchtledige ruimte
boven het kwik in een bakbarometer. Het kwik daalt dien-
tengevolge in de barometerbuis tot op 35 cM. Men vraagt
hoe groot de luchtledige ruimte was, als de doorsnede van de
buis 2 cM- bedraagt.
50. Men heeft eene U-vormige buis met gelijke armen, die ver-
ticaal zijn geplaatst. De buis is overal even wijd en heeft eene
doorsnede van 1 cM-. Zij wordt voor een gedeelte met kwik
gevuld. Daarna sluit men den eenen arm van boven, waar-
door in dien arm eene luchtkolom is afgesloten, lang 40 cM,
Den anderen arm brengt men in gemeenschap met eene, met
lucht gevulde, ruimte, groot 256 cM^, ten gevolge waarvan
het kwik in dien arm 4 cM daalt. Hoe groot moet, om die
daling te weeg te brengen, de druk der lucht in bovenge-
noemde ruimte geweest zijn? De barometerstand bedraagt
756 mM.