Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
IC.
17.
18.
19.
20.
21.
22.
23.
24.
25.
20.
27.
De volgende 20 opgaven zijn van het examen voor de hoofdacte.
Iemand heeft een kubus van metaal, welks S.G. 10,75 is.
Hij omkleedt dien kubus met een metaal, waarvan het S.ö.
4 is, en krijgt nu een kubus, waarvan het S.G. 6 is. Bepaal
de verhouding der ribben van de twee kuben.
Bij welke temperatuur is het verschil tusschen het aantal gra-
den C. en R. het 13° deel van het aantal graden F.?
Zeker lichaam weegt in de eene schaal eener valsche balans
25 en in de andere schaal 16 KG. Wat is de werkelijke
zwaarte en hoe lang zijn de armen, als zij samen 9 dM lang
zijn?
In 2 KG water van 100° wordt 1 KG ijs van 0° geworpen.
Wat zal de eindtemperatuur zijn? Latente smeltingswarmte
80 caloriën.
Een lichaam valt in twee seconden 19,618 M. In hoeveel tijd
valt het dan 313,888 M, en hoeveel in de laatste seconde ?
Door eene luchtpomp wordt uit eene klok telkens de helft der
daarin aanwezige lucht uitgepompt. Na hoeveel slagen zal de
lucht tot beneden 0,01 zijn verdund.»
Eene glazen stang heeft bij eene temperatuur van 18° C. eene
lengte van 1 M. Hoe lang is die stang bij eene temperatuur
van 200° C. Uitzettingscoëff. van glas =: ^
1611
Een metalen dM^' weegt 4 KG. Uitgehold zweeft deze kubus
in eene vloeistof, waarvan het S.G. 1,084 is. Bepaal de dikte
der wanden.
Het aantal (positieve) graden F. is tweemaal zoo groot als het
aantal graden C. Hoe hoog staan deze thermometers?
A en B dragen aan een stok, die 2,5 M lang is en 5 KG
weegt, een last van 100 KG. Waar hangt die last, als A l^/iy
maal zooveel te dragen heeft als B?
Hoeveel M doorloopt een vrijvallend lichaam in de 20'seconde
en hoeveel in 20 seconden, als het de eerste seconde 4,906
M doorloopt ?
Een voorwerp bevindt zich op 12 dM afstand van een hollen