Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
lens (zie 14). Wat kunt ge in al deze gevallen van het
beeld zeggen?
16. De brandwijdte eener bolle lens is 3 dM. Een lichtend punt
in de hoofdas ligt 5 dM vóór de lens. Hoe ver ligt het beeld
er achter ?
17. Op de plaats van het lichtend punt staat een voorwerp (pijl)
loodrecht op de as en 6 cM lang. Hoe groot is het beeld?
18. Bij eene bolle lens staan de lengten van voorwerp en beeld
tot elkaar als 3 : 5. Als het voorwerp 80 cM van zijn beeld
afligt, hoe groot is dan de brandwijdte?
19. Teeken den gang van een lichtstraal door eene biconvexe
lens, als de brekingsaanwijzer 1,5 is,
20. Geldt de formule — + —(zie 13) ook voor de holle
P P f
lens? Wat leert deze formule omtrent de ligging van het
koppelbrandpunt van een lichtend punt op de hoofdas ?
21. Teeken de beelden van twee pijlen, die op verschillende af-
standen van de holle lens loodrecht op de hoofdas staan, en
vergelijk ligging en grootte dezer beelden.
§ 36. Examenopgaven.
De vólgende 15 opgaven zijn van het examen vom' de onder wijzersacte»
In een rechth. bak, van binnen gemeten 8 dM lang en 6 dM
/ breed, staat water. Laat men in het water een kubus drijven
van eene stof, wier S.G, ^/g is, zoo rijst het water 37,5 mM.
Hoe lang is de kubus?
^ 2. Een lichaam weegt in water 5,2 KG en in zwavelzuur (S.G.
1,84) 4,78 KG. Bepaal het gewicht en het S.G. van dit lichaam,
M 3. Bij zekere temperatuur is de som der graden, door de ther-
mometers van C., R. en F. aangewezen, 122, Hoeveel graden
wijst elke thermometer aan ?
4. Bij 76 KG zuiver goud doet men zooveel zuiver zilver, dat
deze massa in het water 90 KG weegt. Hoeveel zilver is er
bijgedaan? (S.G. goud ^ 19; S.G. zilver =10).