Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
6. Voer de constructie van n°. 5 uit a) als de hoek van inval
45° is en de plaat 2 cM dik; b) als de hoek van inval 60° is
en de plaat 1 cM dik; c) als de gegevens dezelfde zijn als in
n° 5, maar de brekingsaanwijzer 1,75 is. Vergelijk uwe teeke-
ningen met het oog op de verplaatsing van den lichtstraal,
7. Toon door eene teekening aan, dat een voorwerp, door eene
dikke glasplaat bezien, van plaats schijnt veranderd te zijn.
8. Van een prisma is de brekende hoek 60°. Teeken de hoofd-
doorsnede en een lichtstraal, die in dit vlak onder een hoek
van 45° invalt. Geef nu den gang van dezen straal aan, als
de brekingsaanwijzer 1,5 is.
9. Toon door constructie aan, dat de hoek van afwijking grooter
wordt, als de brekende hoek of de brekingsaanwijzer grooter
wordt,
10. Teeken voor het prisma in n°. 8 den invallenden straal, die
in het prisma evenwijdig loopt met de basis.
11. Teeken het optisch middelpunt van eene dubbelholle lens.
12. Teeken den gang van een lichtstraal door eene biconvexe
lens, index van breking i= 1,5.
13. Om bij eene bolle lens het koppelbrandpunt van een lichtend
punt op de hoofdas te vinden, bedienen we ons van de for-
mule ^ •-{- ~ ~ waarin f de brandwijdte der lens,
p den afstand van 't lichtend punt tot de lens en den af-
stand van het koppelbrandpunt tot de lens voorstelt. Wat
leert deze formule voor de gevallen: p — P ^ 2/,
f ^ p < 2f, p = f en p i f?
14. Neem ƒ — 1 dM, p achtereenvolgens 3/", 2/", iVs fi f en
Ys f, en geef de ligging der koppelbrandpunten in eene figuur aan.
N H We veronderstellen hier en verder eene lens, welker oppervlakten
denzelfden kroinlestraal hebben, en die gemaakt ia van gewoon glas,
index van breking = 1,5. Verder onderstellen we, dat de invallende stralen
zich niet te ver van de hoofdas verwijderen. Het hoofdbrandpunt wordt
dus in het krommingsmiddelpunt genomen.
15. Teeken bij de vorige lens het beeld van een pijl, loodrecht op
de hoofdas, en neem den pijl op verschillende afstanden der