Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
8. Teeken twee spiegels, die een hoek van 120° met elkaar maken
en dan de beelden van een lichtend punt tusschen deze spie-
gels. Plaats dit punt eerst in de lijn, die den hoek der spiegels
middendoor deelt, daarna buiten deze lijn. Hetzelfde, als de
hoek der spiegels 60° is. Hoeveel beelden ontstaan?
f. Twee evenwijdige spiegels A en B zijn 2 M van elkaar ver-
wijderd. Tusschen deze spiegels is een voorwerp geplaatst op
8 dM van A. Hoe ver ligt het tweede beeld achter B?
10. Teeken twee spiegels, die een hoek van 45" vormen, en twee
punten, waarvan het eene een lichtend punt en het andere
een oog voorstelt. Teeken daarna den straal, die na 2(3) terug-
kaatsingen in het oog dringt.
11. Teeken een hollen spiegel, waarvan de kromtestraal 4 cM is.
Geef op de hoofdas lichtende punten aan, die resp. 10, 4,
3 en 1 cM van den spiegel zijn verwijderd, en teeken de
koppelbrandpunten.
12. Bereken den afstand dezer koppelbrandpunten tot den spiegel
uit de formule — - + -- — waarin c^, D en ƒ resp. voor-
cl D f
stellen den afstand van den spiegel tot het koppelbrandpunt,
het lichtend punt en het hoofdbrandpunt. Zie of uwe teeke-
ningen in overeenstemming zijn met de gevonden uitkomsten.
13. Hoe ver moet een lichtend punt van dezen spiegel verwijderd
zijn, opdat het 4 maal zoo ver van het centrum verwijderd
zij als zijn koppelbrandpunt?
14. Neem een punt op de hoofdas, dat 8 mM verder dan het cen-
trum van den spiegel verwijderd is, en teeken 6 niM loodrecht
boven dit punt een lichtend punt. Bepaal door constructie en
door berekening hoever het koppelbrandpunt van het centrum
is verwijderd.
15. Wat leert de formule uit opgave 12 voor de gevallen D =: oo
en T> ~ f? Laat zien, dat men ook door constructie tot deze
uitkomsten kan geraken.
16. Teeken het beeld van een 2 cM langen pijl, loodrecht op de
hoofdas, als de pijl resp. 10, 4, 3, 2 en 1 cM van den spie-
gel is verwijderd.