Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
getal 1. Door welk getal wordt de hoeveelheid licht voorge-
steld, die valt op een rechthoek van 6 bij 4 dM, als de zonne-
stralen dit vlak onder een hoek van 45° treffen?
14, Eene gaslamp verlicht een zeker oppervlak op 12 dM afstand
even sterk als drie normaalkaarsen op 4 dM. Druk de licht-
sterkte der lamp in kaarsen uit.
:
§ 34. Terugkaatsing van het licht. Spiegels
(Leerboek U, ^ 58—63).
1. Een lichtend punt is 3 dM van een vlakken spiegel verwijderd.
Hoever ligt het van zijn beeld in dien spiegel ? En hoever, als
de spiegel 0,5 dM naderbij komt ?
2. Een spiegel wordt onder een hoek van 45° op tafel geplaatst.
Bepaal door constructie den stand van het beeld van een
potlood, dat vóór den spiegel op tafel ligt.
3. Het grondvlak van een toren is een vierkant met eene zijde
van 4 M. Zes meter voor het midden van een der zijden van
het grondvlak ligt een vlakke spiegel, waarin door een persoon,
wiens oog 16 dM boven den grond is, het beeld van den top
des torens wordt waargenomen. Als deze persoon 2 dM van den
spiegel af staat, hoe hoog is dan de toren?
4. Opdat een persoon zich ten voeten uit in een vlakken spiegel
kunne zien, moet de spiegel minstens half zoo hoog zijn als
de persoon. "Waarom ?
5. Teeken een horizontalen spiegel en daar boven een lichtend
punt en een oog. Daarna den bundel stralen, die in het oog
kan dringen.
6. In een vlakken spiegel wordt een beeld van een lichtend punt
gezien. De spiegel wordt nu een hoek a gedraaid om eene as,
die in het vlak van den spiegel ligt. Hoe groot is de hoekver-
plaatsing van het beeld ?
7. In een aan den achterkant verfoelieden spiegel worden twee
beelden van een voorwerp waargenomen, die 5 mM van elkaar
zijn verwijderd. Hoe dik is het glas van den spiegel?