Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
11. Eene gesloten pijp is 1,5 maal zoo lang als eene open pijp.
Als de gesloten pijp den grondtoon c (do) geeft, wat is dan
de grondtoon der open pijp ?
12. Hoe verhoudt zich de lengte eener gesloten pijp tot die eener
open pijp, als de tweede harmonische toon der eerste pijp
gelijk is aan de eerste harmonische toon der tweede pijp?
13. Bepaal de golflengte van den grondtoon eener gesloten pijp,
wier eerste harmonische toon c" (do) is.
14. Hoe verhouden zich de aantallen trillingen van de tonen, die
voortgebracht worden door eene gesloten pijp van 1 M en eene
open pijp van 6 dM lengte?
15. De 5® harmonische toon eener open pijp is dezelfde als de
2® harmonische toon eener gesloten pijp. Welk interval be-
staat er tusschen de grondtonen dezer pijpen?
§ 33. Rechtlijnige voortplanting van het licht.
Schaduw. Lichtsterkte. Photometers.
(Leerboek U, § 56 en 57).
1. Een verticaal staafje van 1 dM lengte wordt op 2 dM van een
oog geplaatst. Op 2 M afstand van het oog staat een verticaal
vlak. Bepaal den afstand van de punten op dit vlak, die met
de uiteinden van het staafje en het oog in eene rechte lijn liggen.
2. Beantwoord dezelfde vraag, als het oog en het onderste uiteinde
van het staafje 2 dM van elkaar liggen in de loodlijn, uit het
oog op het vlak neergelaten, en het staafje een hoek van 30®
met deze loodlijn vormt.
5. Als in de eerste opgave het staafje vervangen wordt door een
stuk karton van 3 bij 2 dM, dat evenwijdig met het vlak
geplaatst wordt, welk deel van het vlak is dan onzichtbaar ?
é. Een kubus, waarvan de ribbe 4 dM is, rust met een zijner
zijvlakken op eene tafel. Iemand houdt een meetstokje op 6 dM
i verticaal voor het oog. Hoe lang meet hij de ribbe van den
kubus, die 3 M van hem verwijderd is ?
5. In eene donkere kamer is in een der wanden eene kleine
opening gemaakt. Op den tegenoverliggenden wand, die 3 M