Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S51
§ 52. Trillende snaren en luchtkolommen.
Orgelpijpen.
(Leerboek II, § 48 en 51).
1. Welke wetten liggen opgesloten in de formule V —j
lel 71^
waarin n het aantal trillingen per seconde, l de lengte, d de
dikte, G het spannend gewicht der snaar, s het S.G. der stof
en g de versnelling der zwaartekracht.
2. Eene snaar van 8 dM lengte wordt gespannen door een ge-
wicht van 9 KG. Door welk gewicht moet eene snaar van 4
dM lengte gespannen worden, om denzelfden toon te doen
hooren? De snaren zijn even dik en van dezelfde stof.
3. Twee snaren zijn resp. 6 en 9 dM lang, en 0,6 en 0,9 mM
dik; overigens zijn zij gelijk. Welke verhouding bestaat er tus-
schen het aantal trillingen dezer snaren?
4. Eene gespannen snaar brengt den toon c (dó) voort. Welke
veranderingen moeten we in de lengte of het spannend ge-
wicht aanbrengen, om deze snaar den toon g (sof) te doen
voortbrengen ?
5. De grondtoon eener snaar is c (do). Welke tonen brengt zij
voort, als we haar in 2, 3 of 4 deelen laten trillen?
6. De grondtoon eener snaar is g (sol). Men maakt het spannend
gewicht 2,25 maal zoo groot en laat de snaar dan in drie
deelen trillen. Welken toon brengt zij nu voort?
7. Twee even dikke snaren zijn vervaardigd van stoffen, wier
S.G. zich verhouden als 4 : 9. Deze snaren zijn resp. lang 4 en
3 dM en worden gespannen door gewichten van 8 en 12,5 KG.
De eerste snaar geeft den toon d (re). Welken toon brengt
de tweede snaar voort?
8. Eene gesloten en eene open orgelpijp hebben elk eene lengte
van 64,4 cM. Bepaal den grondtoon dezer pijpen?
9. Welke zijn de harmonische tonen, die deze pijpen kunnen
geven?
10. Hoe lang is de gesloten- en hoe lang de open pijp, die den
grondtoon g' (sol) geeft?
Hobn en de Gast. Vraagsfc. 2e druk. ^