Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S48


beneden geworpen en komt na 3 seconden op den grond. Op
welke hoogte bevond zich de kogel?
10. Na hoeveel seconden is een lichaam, dat met eene snelheid
van 49 M verticaal omhoog geworpen wordt, 102,9 M gestegen ?
11. Iemand zit in een trein, die eene snelheid van 18 M heeften
laat een voorwerp vallen uit het raam, dat zich 2 M boven
den grond bevindt. "Welken weg schijnt dit lichaam af te leg-
gen, van den trein uit gezien? Teeken de baan, die het wer-
kelijk beschrijft, g = 10 M.
12. Een waterstraal vloeit uit eene opening, die 9 dM boven den
grond ligt en bereikt, in horizontale richting gemeten, 1,5 M
verder den grond. Bepaal de snelheid, waarmee het water
uitstroomt.
Met welke snelheid moet een kogel onder een hoek van 30*^
met den horizon worden afgeschoten, om in 4 seconden 720
M te stijgen? ^^ = 10 M.
Iemand bevindt zich op een 98 M hoogen toren. Met welke
snelheid moet hij een lichaam verticaal omhoog werpen, zal
dit na 10 seconden op den grond vallen?
i 15. Een kanonskogel wordt met eene snelheid van 600 M afge-
schoten in eene richting, die een hoek van 45" met de ver-
ticaal maakt. Teeken zijne baan. Bereken de hoogte, die hij
bereiken zal. Op welken afstand bereikt hij den bodem weer?
g rz: 10 M.
13.
14.
§ 21. Verband tusschen kracht en versnelling.
Massa.
(Leerboek I, § 31no. 9 en 13.)
1, Als eene kracht van 4 KG aan een lichaam eene versnelling
van 5 dM geeft, welke kracht geeft dan aan dit lichaam eene
versnelling van 7,5 dM? En welke versnelling krijgt het lichaam
onder de werking eener kracht van 7 KG?
Hoe groot is de versnelling, waarmee een ivoren bal rolt van
een hellend vlak, waarvan de helling Y-iO bedraagt? Geene
wrijving.