Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S46
§ 19. Vrije val.
(Leerboek I, § 31 10).
N.B. Waar niets naders wordt aangegeven, neme men g — 9,8.
1, Verklaar de formules voor den vrijen vdliv — t X iff,
s, — {2t—l) X Vog^
2. "Welke snelheid verkrijgt een vrijvallend lichaam na 4 sec.,
6 sec., 2 minuten? Welken weg heeft het dan afgelegd?
S, Hoe groot is de snelheid van een vrijvallend lichaam na 3 Va
sec, en na 5^4 sec.? Hoe groot is de afgelegde weg in dien tijd?
4. Welken weg legt een vrijvallend lichaam in de 16® seconde af?
En in de 80® seconde?
5. In hoeveel seconden legt een vrijvallend lichaam een weg af
van 592,9 M?
4). Hoe groot is de weg, dien een vrijvallend lichaam heeft afgelegd,
als zijne snelheid 98,12 M bedraagt? ^ 9,812.
7. In de hoeveelste seconde, nadat het begon te vallen, legt het
lichaam een weg af van 53,966 M? ^ — 9,812.
8. Een steen heeft 4Y3 seconde noodig om op den bodem van
een put te vallen. Hoe diep is die put?
Hoeveel tijd heeft een voorwerp noodig om van den top van
den Eiffeltoren (300 M) te vallen? Welke snelheid heeft het
dan verkregen?
10. Hoe groot is de versnelling aan den ovenaai', als een vrijvallend
lichaam er in 4 seconden een weg aflegt van 78,2448 M ?
11. Als ge weet, dat een vrijvallend lichaam in 4 sec. 78,4 M
aflegt, hoe vindt ge dan daaruit eenvoudig den afgelegden weg v
in 8 seconden?
12. Een lichaam valt voorbij een raam, dat 3 M hoog is. Het
heeft Vlo seconde noodig om die 3 M af te leggen. Van
welke hoogte viel het? Hoe lang was het reeds vallende, toen
het het raam bereikte? v