Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
u
is de snelheid geworden na 1 minuut? Welken weg heeft het
lichaam in die minuut doorloopen?
5. Welken weg doorloopt dit lichaam in de 12® seconde, nadat
het de versnelling kreeg?
6'. Welken weg legt een lichaam af, dat zich beweegt met eene
beginsnelheid van 40 M en eene versnelling van 3 M, in de
10® tot en met de 15® seconde?
7. Bij eene eenparig vertraagde beweging is de beginsnelheid
87 M en de vertraging 3 M. Welke snelheid heeft het lichaam
na 6, IOV2, 122/3, 29 seconden?
8. Hoe groot is bij deze beweging de afgelegde weg na 5, 7^/2,
18 en 29 seconden?
En hoe groot is de afgelegde weg in de 4®, de 11® en de 15®
seconde?
10. En hoe groot is de doorloopen weg in de 3® tot en met de
10' seconde?
11. Een lichaam heeft eene beginsnelheid van 150 M en onder-
vindt eene vertraging van 8 M. Welken weg heeft het afge-
legd, als het tot rust komt?
12. Een lichaam, dat in rust was, nam door de werking eener
standvastige kracht eene eenparig versnelde beweging aan en
doorliep in 16 seconden een weg van 1824 M. Hoe groot was
bij deze beweging de versnelling?
13*. Een lichaam heeft eene snelheid van 15 M. Het verkrijgt
hierbij eene versnelling van 6 M en legt nu nog een weg af van
281,25 M. Hoe lang heeft de eenparig versnelde beweging
geduurd ?
Ié. Een bal heeft op een horizontalen weg eene snelheid van 4 M
en loopt nu in den tijd van 12 seconden van eene helling, die
eene lengte van 384 M heeft, naar beneden. Hoe groot is de
versnelling, die hij op de helling verkreeg?
15, Hoe groot is de beginsnelheid van een lichaam, dat met eene
eenparig versnelde beweging (versnelling 6 M) in 6 seconden
een weg van 144 M aflegt?
16. Werklieden, die een spoorwegwaggon voortduwen, deelen er
eene eenparig versnelde beweging aan mede. In den tijd van