Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S41
stand 23,25 cM van den bodem der pompbuis is verwijderd en
de spanning der lucht in deze buis dan 5 cM is, hoever is
de zuiger dan van den bodem verwijderd, als de klep opge-
licht wordt?
10. Welke kracht moet bij den 5®" slag eener enkelv. luchtpomp
worden aangewend om den zuiger op te heffen, zoo de inhoud
der pompbuis 1,4 L, die van den recipiënt en de verbindings-
buis 0,8 L is en de doorsnee des zuigers 36 cM- bedraagt ?
Geene schadelijke ruimte,
11. Hoe groot is de kracht, waarmee bij eene luchtperspomp van
dezelfde afmetingen de zuiger bij den 5^" slag naar beneden
wordt gedrukt?
12. Zoo men een glazen klok met de opening naar beneden onder
water dompelt tot de oppervlakte van het water in het glas
50 cM onder den waterspiegel ligt, welk gedeelte der oorspron-
kelijke ruimte neemt de lucht dan nog in ?
§ 17. Eenparige beweging.
(Leerboek I, « 31 1—3).
N.B. Alle bewegingen, waarvan in deze vraagstukken wordt gesproken, wor-
den verondersteld eenparig te zijn.
1. Verklaar de formule s = t X waarin s het aantal lengte-een-
heden van den weg, v het aantal lengte-eenheden van de snel-
heid en t het aantal seconden voorstelt, dat de beweging duurt.
2. Welken weg legt een trein af, die zich gedurende 1" 20' be-
weegt met eene snelheid van 16 M?
3. Als we voor de Aarde een bol nemen, waarvan de omtrek
40000 KM bedraagt, welke snelheid heeft dan een punt aan
den evenaar ten gevolge van de aswenteling der Aarde ? En
welke snelheid heeft een punt op 60° breedte?
4. Hoe groot is de snelheid van een voetganger, die in 65 minu-
ten 6 KM aflegt?
5. Hoeveel tijd zou dezelfde voetganger noodig hebben, om een
afstand van 1600 KM af te leggen, wanneer hij dagelijks 8 uur
loopt ?