Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S38

17, Het deksel van een regenbak is 8 dM lang en 6 dM breed. Deze
bak staat door eene verticaal geplaatste pijp van 6 M lengte in
verbinding met de goot van een huis. Als de monding der pijp
4 dM onder het deksel ligt en bak en pijp geheel met water
gevuld zijn, welke drukking moet dan op het deksel uitge-
oefend worden, zal het niet opgelicht worden?
IS. Als de monding der pijp (zie n". 17) 10 cM^ groot is, welke druk-
king ondervindt dan een glad plankje, dat deze opening afsluit?
19. Welke krachten doen een waterrad van Segner draaien, zoo
de openingen, waardoor het water uitvloeit, 1 cM~ groot zijn
en de hoogte van den waterspiegel boven de middelpunten
der openingen 2 M bedraagt?
20. Op den bodem van een rechth. bak, lang 4 dM, breed 2 dM
en hoog 3 dM, staat een ijzeren kubus, welks ribbe 8 cM be-
draagt. Als de bak voor met water is gevuld, bereken dan
de drukkingen, die de vlakken van den kubus ondervinden,
nadat deze zoover is opgelicht, dat de afstand van zijn
bovenvlak tot het niveau van het water even groot is als
die van zijn ondervlak tot den bodem van den bak.
21*. Bereken de drukking op het grondvlak van den kubus, als hij
zoo met eene ribbe op den bodem wordt geplaatst, dat het
grondvlak met dien bodem een hoek van 30"^ vormt.
22. Een vat heeft den vorm van een hollen kubus met eene ribbe
(binnenwerks) van 12 dM. In het bovenvlak is eene cirkelv..
opening van 2 dM~, waarin eene buis steekt van 3 M lengte.
Als kubus en buis gevuld zijn met eene vloeistof, waarvan
het S.G. 1,2 is, welken druk ondervindt dan het bovenvlak
van den kubus?
23. Welke spanning bezit de lucht in eene duikerklok,^ die 15 M
diep onder water is?
24. Welken druk ondervindt een visch, die 50 M diep onder water
is, zoo zijne gezamenlijke oppervlakte 0,356 M" bedraagt?
2ö. In een cylindervormig fleschje met een bodem van 5 cM^ staat
kwik ter hoogte van 3 cM. Hierop rust 4 cM water en hierop
3 cM olijfolie. Welke drukking wordt op den bodem van het
fleschje uitgeoefend?