Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S37
gewicht moet op den kleinen zuiger geplaatst worden om den
grooten op te heffen, als 3 HG op den kleinen voldoende is
om de wrijving te overwinnen?
10. Van eene hydraulische pers heeft de kleine zuiger eene opper-
vlakte van 2 cM~, de groote van 750 cM~. De armen van
den hefboom, die den kleinen zuiger in beweging brengt,
verhouden zich als 1 : 8- Welke drukking ondervindt de groote
zuiger, als op den hefboom eene kracht werkt van 40 KG?
11. Een bak heeft den vorm van een rechth. balk. Binnenwerks
is hij lang 8 dM, breed 6 dM en hoog 5 dM. Als de bak
gevuld is met water, bereken dan de drukkingen, die de bodem
en de zijwanden ondervinden.
12. Een holle cylinder is, van binnen gemeten, 7 cM wijd en 4
dM hoog. Hij is voor de helft met kwik gevuld. Bereken de
drukking op den bodem.
13. Een met water gevuld vat heeft den vorm van een afgeknotten
kegel. De bodem is 64 dM- en het bovenvlak 25 dM- groot,
terwijl de hoogte 1 M bedraagt. Hoeveel is de drukking op den
bodem grooter dan de zwaarte van het water?
14. Eene tweemaal rechthoekig omgebogen glazen buis, met beide
beenen naar boven gericht, is aan de uiteinden gesmolten aan
twee glazen trechters. De laagste trechter is gesloten door
eene blaas. De toestel is geheel gevuld met water. Zoo de
verticale afstand der beide trechteropeningen 10 M bedraagt,
hoe groot is dan de drukking van het water op de blaas
per cM2?
15. Een cylindervormig glas heeft een bodem van 60 cM- en is
gedeeltelijk met water gevuld. In den wand is eene cirkelvor-
mige , opening van 5 cM- door eene kurk gesloten. Als het
middelpunt dier opening 12 cM van het oppervlak van het
water en 4 cM van den bodem is verwijderd, vraagt men de
drukking op den bodem en op de kurk.
16. Eene sluisdeur is 5 M breed. Aan den eenen kant staat water
ter hoogte van 3,5 M, aan den anderen kant ter hoogte van
1,5 M. Bereken het verschil der drukkingen, die beide zijden
der sluisdeur hebben te verduren.