Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
2. Wat zou de verhouding van de oppervlakten der zuigers moeten
zijn, opdat twee gewichten van 24 HG en 15 KG, op deze
zuigers geplaatst, elkaar in evenwicht houden?
3. In een gesloten en met water gevuld vat zijn vier buizen met
passende zuigers A, B, C en D geplaatst. A heeft eene opper-
vlakte van 35 cM- en wordt gedrukt door een gewicht van
4 KG; B is 24 cM^ groot, C wordt gedrukt door 9,6 KG en
D is 45 cM^ groot. Als er evenwicht is, vraagt men naar de
drukkingen op B en D en naar de oppervlakte van C.
4. Om een stoomketel te beproeven heeft men hem met behulp
eener perspomp geheel met water gevuld. Als nu op den
zuiger der pomp, die eene doorsnede heeft van 12 cM~, een
druk van 72 KG wordt uitgeoefend, welken druk ondervindt
dan elk vlak deel van den ketelwand, dat 1 dM^ groot is?
5. Als de ketelwand een druk van 8 atmospheeren moet kunnen
verdragen, welken druk moet dan op den zuiger der perspomp
(zie n^ 4) kunnen uitgeoefend worden zonder dat er lekkage
ontstaat ? (Neem aan 1 atm. — 1 KG per cM-).
6. Eene flesch is geheel met vloeistof gevuld. De bodem is 0,75 dM~,
de monding 3 cM- groot. Als men er nu eene goed passende kurk
in wil drijven en hierop eene kracht van 5 KG verticaal naar be-
neden uitoefent, welken druk in dezelfde richting ondervindt de
bodem dan? Is de vorm van den bodem hierop van invloed?
7. Van eene hydraulische pers heeft de kleine zuiger eene mid-
dellijn van 1,5 cM en de groote van 0,6 M. Als de kleine
zuiger met eene kracht van 120 KG naar beneden gedrukt
wordt, met welke kracht wordt de groote dan omhoog getild?
8. Als de kleine zuiger eener waterpers met eene kracht van
150 KG naar beneden gedrukt wordt, wordt de groote met
eene kracht van 135000 KG naar boven gedreven. Bereken
de middellijn van den grooten zuiger, als die van den kleinen
1,4 cM is?
f. Van twee verticaal geplaatste communiceerende buizen ver-
houden de wijdten zich als 4:1. Zij zijn gedeeltelijk gevuld
met water, waarop zuigers zijn geplaatst van 4 en 2,5 HG.
Op den grooten zuiger staat een gewicht van 38 KG. Welk