Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S35
«ene richting, die een hoek van 30° met het hellend vlak
maakt, om het lichaam met eenparige snelheid naar boven te
trekken ?
S4:*. Van eene wig verhoudt de lengte der zijden zich tot de breedte
van den rug als 6 : 1. Welken druk oefenen de zijden uit, zoo
op den rug eene kracht van 60 KG wordt uitgeoefend? Geene
wrijving.
35'''. Een blok van 200 KG valt van eene hoogte van 2,46 M op
den rug oener wig, wier zijden een hoek van 60° vormen. De
wig, die tusschen hout geklemd was, daalt ten gevolge hier-
van 4,5 cM. Welke drukking hadden de zijden der wig te
weerstaan ? Geene wrijving.
36*. Van eene schroef bedraagt de spoed 2 mM, de lengte van den
hefboom, waarmee zij gedraaid wordt, 0,21 M. Welke kracht
moet aan het uiteinde van den hefboom werken om even-
wicht te maken mot een druk van 10000 KG tegen het lichaam
der schroef in de richting harer as? Geene wrijving.
Met eene schroefpers moet eene kracht van 16400 KG wor-
den uitgeoefend. Haar spoed bedraagt 1,2 mM. De kracht,
die men kan aanwenden, is 40 KG. Hoe groot moet de hef-
boom zijn, waarmee men de schroef draait, aannemende, dat
<loor de wrijving 80% nieer kracht is aan te wenden ?
§ 15. Evenwicht en drukking van vloeistoffen.
(Leerboek I, § 29.)
1. In een overigens gesloten en met water gevuld vat zijn twee
openingen, waarin korte buizen zijn geplaatst. In deze buizen
kunnen twee juist passende zuigers (zonder wrijving) op en
neer bewogen worden. Op den kleinsten zuiger, die eene op-
pervlakte van 25 cM^ heeft, staat een gewicht van 10 KG.
Welk gewicht moet op den grooten zuiger, die eene opper-
vlakte van 1,5 dM^ heeft, geplaatst worden, opdat er even-
wicht zij ?