Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S34
kracht moet aan het uiteinde van den arm worden aangewend
om den last voort te trekken, indien men voor de wrijving 30%
in rekening te brengen heeft?
26. Welke kracht heeft eene locomotief te ontwikkelen om een
trein, die 260000 KG weegt, langs eene helling van 1 op 64
op te trekken zoo, dat de snelheid van den trein dezelfde
blijft als op den horizontalen weg? De wrijving bedraagt V200
van de zwaarte van den trein.
Een last van 5000 KG wordt in evenwicht gehouden op een
hellend vlak, waarvan de hellingshoek 30° bedraagt. Welke
kracht is hiervoor noodig, zoo de wrijving 640 KG bedraagt?
Welke kracht is noodig om dezen last langs het hellend vlak
omhoog te schuiven ?
29. Een vat met wijn, dat 324 KG weegt, wordt langs een hel-
lend vlak naar beneden gelaten met behulp van twee touwen,
die er omheen gelegd zijn en wier eene uiteinden boven aan
paaltjes bevestigd zyn, terwijl men de andere uiteinden vast-
houdt. Met welke kracht moeten de touwen vastgehouden
worden om het afrollen van het vat te beletten, indien de
helling Vs bedraagt? Geene wrijving.
30. Op een hellend vlak (helling Vio) ijzeren rol van 300
KG. Welke kracht, evenwijdig aan het hellend vlak, is noodig
om deze rol bij eenparige beweging in evenwicht te houden,
zoo de wrijving ^40 bedraagt van den druk op het hellend vlak?
31. Een voorwerp, dat 600 KG weegt, wordt op een hellend vlak,
waarvan de helling ^/sö bedraagt, in evenwicht gehouden door
er met eene ijzeren stang in horizontale richting tegen te
drukken. Hoe groot zou die drukking moeten zijn, indien er
geene wrijving was?
32. Hoe groot is deze drukking, als de glijdende wrijving 0,48 be-
draagt van den druk van het voorwerp op het hellend vlak ?
33. Een lichaam, dat op een hellend vlak rust, weegt 320 KG.
De helling bedraagt ^-/igj, de wrijving 1/4 van den druk op
het hellend vlak. Welke kracht moet worden uitgeoefend in