Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S33
20, Van eene ongelijkarmige balans verhouden de lengten der
armen zich als 50 : 51, Als men met deze balans voor het
gewicht van een voorwerp 76,5 KG vindt door de gewichten
aan den kortsten arm te hangen, wat is dan het ware gewicht
van het voorwerp? En hoeveel zou men voor't gewicht vinden,
als men de gewichten aan den längsten arm liet werken?
21, Het juk eener balans neemt den horizontalen stand in. Hangt
men de schalen er aan, dan slaat zij een weinig naar rechts
door. Verwisselt men de schalen, dan slaat ze weer naar rechts
door en wel evenveel als eerst. Wat leidt ge hieruit af?
22, Zoo bij eene bascule (Leerboek, fig. 146) de verhouding van
ah : «c — 1 : 6 en die van oh : or? =r 3 : 19, welke fout maakt
men dan, zoo men een voorwerp weegt, dat men midden op
de brug plaatst (in het midden tusschen g en i)?
23. Aan den haak eener losse katrol is het eene uiteinde van een
hefboom bevestigd, die in het midden ondersteund is. De
armen van dien hefboom zijn 0,65 M lang. Aan het uit-
einde van den anderen arm hangt een gewicht van 12 KG,
op 0,15 M afstand van 't eerste uiteinde een gewicht van
40 KG. Met welke kracht moet het touw van de katrol ver-
ticaal omhoog getrokken worden, om den hefboom in even-
wicht te houden?
24. Een steen van 648 KG wordt met behulp van een takel met
6 katrollen (drie in elk blok) en een windas omhoog gelicht.
Het touw van den takel wordt om de rol van het windas
gewonden. De verhouding van den straal der rol tot de lengte
der kruk is 1 : 6. Welke kracht is hiertoe noodig, als voor de
wrijving 1/3 meer in rekening moet gebracht worden ? En welke
kracht is er noodig om den last in evenwicht te houden?
25. Een last van 1600 KG wordt met behulp van eene losse
katrol en een kaapstander over een horizontaal vlak op rollen
voortgetrokken. De koorden der katrol zijn evenwijdig. De rol
van den kaapstander heeft eene middellijn van 0,4 M, de arm,
waarmee hij gedraaid wordt, eene lengte van 2 M. Welke
Horv en de Gast. Vraagst 2e druk. 3