Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S32
14. Waar moet aan deze staaf een last van lÖO KG gehangen
worden, opdat de een tweemaal zooveel te dragen Jiebbe als
de ander?
15. Eene ijzeren staaf is 12 dM lang, weegt IG KG en is draai-
baar om een harer uiteinden. Haar zwaartepunt ligt 0,4 M
van dit uiteinde. Aan het andere uiteinde hangt een gewicht
van 100 KG. Men houdt de staaf in horizontale richting in
evenwicht door eene kracht, die een hoek van 45° met die
richting maakt en wier aangrijpingspunt 1 M van 't steunpunt
ligt. Hoe groot is die kracht?
16. De hefboom eener veiligheidsklep is 45 cM lang en weegt 8
HG. Zijn zwaartepunt ligt 20 cM van 't steunpunt. Aan het
uiteinde hangt een gewicht van 4 KG. Als de klep 4 cM van
't steunpunt is verwijderd, welke spanning van den stoom
opent dan de klep?
P
■r
17*. Van eene gelijkarmige balans, die 0,36 KG weegt, zijn de
armen 0,24 M lang, terwijl het zwaartepunt 0,002 M onder
het steunpunt ligt. Aan den eenen arm hangt een gewicht
van 3,561 KG, aan den anderen arm een zwaarder voorwerp,
zoodat de balans naar dien kant doorslaat, tot ze een hoek
van 30° met de horizontale richting maakt. Hoe zwaar is dit
voorwerp ?
18. Eene balans is ongelijkarmig. Plaatst men in de eene schaal
gewichten ten bedrage van 40 G, dan moet men in de andere
schaal gewichten plaatsen ten bedrage van 40,8 G om even-
wicht te maken. Welke verhouding bestaat er tusschen de
lengte der armen?
19. Zoo men met eene ongelijkarmige balans een voorwerp weegt,
het eerst in de eene schaal en dan in de andere schaal leg-
gende, vindt men de eene maal voor 't gewicht 3,24 KG en de
andere maal 3,4225 KG. Wat is zijn werkelijk gewicht? Welke
fout maakt men, als men de rekenk. middelevenredige der
gevonden gewichten als zoodanig aanneemt?