Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S31
7. Eene ijzeren staaf van 4 KG, wier zwaartepunt in het midden
ligt, is draaibaar om een harer uiteinden. Aan deze staaf
hangt 8 dM van het andere uiteinde een last van 30 KG.
Als eene kracht van 12 KG aan dit uiteinde den hefboom in
evenwicht houdt, vraagt men naar de lengte der staaf en naar
de drukking, die het steunpunt ondervindt.
8, Van een hefboom der eerste soort zijn de armen 4 en 6 dM.
Aan het uiteinde van den kortsten arm hangt een gewicht
van 17 KG en aan dat van den längsten arm 10 KG. Als de
hefboom 4 KG weegt en in evenwicht is, vraagt men naar de
ligging van zijn zwaartepunt en naar de drukking op het
steunpunt.
.9. Bij het roeien wordt een riem met eene kracht van 40 KG
aangetrokken. Het punt, waarop deze kracht werkt, ligt 2,40
M van het uiteinde, dat in het water steekt. De dol, Avaar de
riem aan de boot verbonden is, ligt 2 M van dit uiteinde.
Welke drukking ondervindt de boot'?
10. Eene overal even dikke ijzeren staaf van 2 M lengte weegt
2 KG en draagt aan 't eene uiteinde een gewicht van 8 KG
en aan 't andere uiteinde een gewicht van 15 KG. Waar is
het steunpunt?
11, Een hefboom der eerste soort is 8 dM lang en weegt 3 KG.
Aan de uiteinden hangen gewichten van 29,25 en 30 KG.
Het zwaartepunt van den hefboom ligt 3 dM van het uiteinde,
waaraan het kleinste gewicht hangt. Als de hefboom nu in
evenwicht is, vraagt men naar de lengte der armen.
12. Een rechte horizontale hefboom heeft zijn steunpunt aan 't
eene uiteinde. Zijne zwaarte bedraagt 2,3 KG en het zwaar-
tepunt ligt 0,4 M van het steunpunt. Macht en last werken in
verticale richting. De machtarm is 1,84 M, de lastarm 1,15
M. Welke betrekking bestaat er tusschen macht en last?
13, Twee mannen dragen aan eene staaf, waarvan de uiteinden
op hunne schouders liggen, een last van 80 KG, die 8 dM
van een dier uiteinden is opgehangen. De staaf is 2 M lang
en weegt 2 KG. Haar zwaartepunt ligt in het midden. Hoe-
veel heeft ieder te dragen?