Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S28
cirkelomtrek; d) van den omtrek eens regelm. zeshoeks; e) van
den omtrek eens gelijkz. driehoeks met zijden van 3 cM; f)
van den omtrek eens gelijkb, driehoeks, waarvan de zijden
4, 4 en 6 cM zijn; g) van den omtrek eens gelijkb. trapeziums,
welks beenen 6 cM en welks evenwijdige zijden 4 en 8 cM zijn.
2. Bepaal in de gevallen e en ƒ den afstand van het zwaartepunt
tot het toppunt.
3. Als eene rechte lijn den omtrek eener vlakke figuur in twee
symmetrische deelen verdeelt, ligt het zwaartepunt van dien
omtrek in de as van symmetrie. Bewijs dit.
4. Gebruik deze eigenschap om de ligging van 't zwaartepunt
te bepalen van den omtrek van een vierkant, eene ruit, een
regelm. veelhoek en een cirkel,
6, Waar ligt het zwaartepunt van een parallelogram, een cirkel,
I een driehoek, een regelm, veelhoek met een even aantal zijden?
I 6'. Als eene rechte lijn eene vlakke figuur in twee symmetrische
\ deelen verdeelt, ligt het zwaartepunt dezer figuur in de as
^ van symmetrie. Beredeneer dit.
f 7. Geef eenige vlakke figuren op, waarbij van deze eigenschap
ji gebruik kan worden gemaakt om de ligging van het zwaarte-
j punt te bepalen.
8. Waar ligt het zwaartepunt van het oppervlak van een bol,
ï van een rechthoekigen balk, van een regelm. lichaam?
9. Teeken twee cirkels, die elkaar raken en wier stralen zich
verhouden als 1 : 2, Bepaal daarna de ligging van het zwaar-
' tepunt van den omtrek en de oppervlakte dezer figuur.
Ä 10. Waar ligt het zwaartepunt van een bol, een kubus, een rechth.
balk, een regelm. prisma met een even aantal zijvlakken, een
■ cylinder ?
J: 11. Bewijs, dat het zwaartepunt eener driezijdige pyramide ge-
: legen is in het snijpunt der lijnen, die de hoekpunten ver-
eenigen met de zwaartepunten der overstaande zijvlakken.
N.B. Denk de pyramide verdeeld in zeer dunne schijfjes, evenwijdig met een
/ zijvlak.
12. Op het bovenvlak van een rechth. balk, lang 4, breed 3 en
ï hoog 2 dM, staat een kubus van dezelfde stof met eene ribbe