Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S27

55*. Eene gegeven kracht te ontbinden in twee evenwijdige krachten,
waarvan de eene dezelfde en de andere tegengestelde richting
heeft als de gegeven kraclit, terwijl de aangrijpingspunten met
dat der gegeven kracht in eene rechte lijn liggen:
als de ligging van de aangrijpingspunten der composanten
gegeven is.
h. als de grootste der composanten en de ligging van haar
aangrijpingspunt gegeven zijn.
c. als de verhouding der composanten en de ligging van het
aangrijpingspunt van de kleinste gegeven zijn.
34, Teeken vier evenwijdige, gelijkgerichte krachten, die in een
zelfde vlak op verschillende punten van een lichaam werken
en teeken daarna de resultante.
5.>, Hetzelfde, als twee der krachten gelijke richting en de beide
andere tegengestelde richting hebben.
56'. Teeken drie evenwijdige krachten, die elkaar in evenwicht
houden.
57. De aangrijpingspunten van drie evenwijdige, gelijkgerichte
krachten vormen de hoekpunten van een gelijkzijdigen driehoek
ABC, waarvan de zijde 3 cM is. In A werkt eene kracht van
5 KG, in B eene van 10 KG, in C eene van 15 KG. Stel
deze krachten door lijnen voor en teeken de resultante.
38, De uiteinden eener 21 dM lange staaf liggen op de schouders
van twee personen A en B. Waar zal een last van 224 KG
aan de staaf moeten gehangen worden, opdat B daarvan 96
KG te dragen hebbo ?
5.9. Hoeveel heeft B te dragen, als het ophangpunt van den last
tweemaal zoover van B als van A ligt en de last 210 KG weegt?
40. Wijzig de opgave in 37 zoo, dat de drie krachten kunnen
vervangen worden door een koppel.
§ 13\ Zwaartepunt.
(Leerboek 1, § 27).
1. Bepaal de ligging van het zwaartepunt a) van eene rechte
lijn; h) van den omtrek van een parallelogram; c) van een
1