Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S23
16*. Als de waterdamp in de lucht bij eene temperatuur van 20°
eene spanning heeft van 11,6 mM, hoe groot is dan de voch-
tigheidstoestand der lucht?
17*. Bij zekere temperatuur is de vochtigheidstoestand der lucht 2/3
en de spanning van den waterdamp 10,24 mM. Bepaal deze
temperatuur.
18*, Bepaal den vochtigheidstoestand der lucht, als de temperatuur
20" en het dauwpunt 14° is.
19*. Bij eene temperatuur van 14° is de vochtigheidstoestand der
lucht 7/12. Bepaal het dauwpunt.
§ 12. Samenstelling en ontbinding van krachten.
(Leerboek I, $ 25).
1. Twee gelijkgerichte krachten van 6 en 4 KGr werken op het-
zelfde punt. Bepaal de grootte der resultante.
2. Hoe groot zou de resultante zijn, als de krachten tegengestelde
richting hadden?
S. Hoeveelmaal moet de kleinste kracht in n°. 2 vergroot worden,
opdat de twee krachten elkaar in evenwicht houden ?
4. De i*esultante van twee krachten, die in hetzelfde punt aan-
grijpen, is 15 KG, De krachten verhouden zich als 2 : 3.
Bepaal hare grootte a) als zij beide de richting der resultante
hebben; als eene de richting der resultante heeft en de
andere de tegengestelde richting.
5. Twee krachten van 10 en 15 KG werken onder een hoek van
60° op hetzelfde punt. Stel deze krachten voor door lijnen
en teeken dan de richting en de grootte der resultante.
6*. Hoe groot is deze resultante. Met welke der composanten maakt
ze den kleinsten hoek?
7. Twee krachten van 36 en 48 KG w^erken onder een rechten
hoek op hetzelfde punt. Hoe groot is de resultante?
8. Wanneer maakt de resultante gelijke hoeken met de twee
composanten?
.9. Twee gelijke krachten werken onder een hoek van 120° op
hetzelfde punt. Wat kunt ge van de grootte der resultante
zeggen?