Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S22
100° en 76 cM spanning neemt een ongeveer 1700 maal zoo
groot volume in als water van 0°, terwijl lucht van 0° en 76
cM spanning ongeveer 773 maal zoo groot volume inneemt als
een gelijk gewicht water van 0°.
7*. Bepaal het gewicht van een M^ waterdamp van 60°,
N.B. Bepaal eerst het gewicht van een M^ lucht van dezelfde temperatuur
en dezelfde spanning. (Zie tabel IV).
8. Een ballon is gevuld met verzadigden waterdamp van 100°.
Hoe groot wordt de spanning van den damp, als we tot 127"*
verwarmen?
9. Het water in een stoomketel heeft eene temperatuur van 152".
Welke drukking ondergaat elke dM^ van den binnenwand van
dezen ketel?
10*. Bepaal het gewicht van een M"^ waterdamp van 50° en 32,3
mM spanning.
11. Eene barometerbuis van 1 M lengte wordt voor deel met
kwik gevuld, daarna gesloten en omgekeerd in een diepen bak
met kwik geplaatst. Boven het kwik in de buis wordt eenig
vocht gebracht, dat geheel verdampt. De buis wordt nu zoo
geplaatst, dat het kwikniveau hierin 40 cM boven dat in den
bak uitsteekt, terwijl de luchtkolom eene lengte heeft van 30
cM. Bereken de spanning van den damp. Barometerstand 75 cM.
12. We drukken de buis zoover neer, dat de lengte der luchtkolom
tot op de helft vermindert. Als de kwikkolom in de buis bo-
ven het niveau in den bak 5 cM lang is, blijkt dan hieruit of
de damp verzadigd is of niet?
13. In eene ruimte, groot 1 M^ bevindt zich lucht van 0° en 76
cM spanning. We brengen in deze ruimte 10 L water en ver-
warmen tot 100°. Bereken de spanning.
14. Als op den top van een berg het water bij eene temperatuur
van 90° kookt, hoe groot is dan de drukking der lucht op
dien top? En hoe hoog is de berg, als men gemiddeld 120 M
moet stijgen, om den barometer 1 cM te zien dalen?
15*. Bepaal de spanning van den waterdamp, die in de lucht aan-
wezig is bij eene temperatuur van 10°, als de vochtigheids*
toestand der lucht 0,75 is. (Zie tabel IV).