Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S19
7*. Een holle ijzeren cylinder heeft bij 15® eene hoogte van 4 M,
terwijl de wijdte 7 dM bedraagt. Hoeveel L kokend water kan
hij bevatten ? (n = 22 : 7).
N.B. We denken ons een ijzeren cylinder, die in den gegeven cylinder juist
past, en berekenen daarvan de volumcvermeerdering.
8*. Een glazen ballon heeft bij 15° C. een inhoud van 1 L. Bereken
den inhoud bij 32° F.
9*. Een ijzeren kubus heeft bij O" eene ribbe van 3 dM. Bereken
het oppervlak bij eene temperatuur van 100°.
10. Eene barometerbuis heeft bij 0° C. eene lengte van 9 dM en eene
doorsnee van 1 cM-, Bereken haren inhoud bij 122° F.
11. Een reep zink en een reep koper hebben bij 10° elk eene
lengte van 8 dM. Bereken het verschil in lengte bij 20° en bij 0°.
12. Eene ijzeren staaf heeft bij 0° eene lengte van 15 dM en bij
100® eene lengte van 1,5018 M. Hoe groot is de coëfficiënt
van lineaire uitzetting?
13. Eene hoeveelheid kwik neemt bij 10° eene ruimte in van 25
cM=\ Wat is het volume bij 100°?
14*. Een glazen vat heeft bij 0° eene doorsnede van 15 cM- en
eene hoogte van 8 cM (van binnen gemeten). Het is gevuld
met kwik van dezelfde temperatuur. Hoeveel kwik loopt uit
het vat, als we het tot 80'' verwarmen?
N.li, Denk ook aan de uitzettiog van het vat.
15. Eene hoeveelheid water van 10° heeft een volume van 40
dM^ Welke ruimte beslaat dit water bij 4°, als we het S.G.
bij 10° op 0,9998 stellen?
16. Eene hoeveelheid kwik van 0° weegt G8 HG. Bereken het
volume bij 100°.
17*. Als we het vat in n° 14 met water van 0° vullen en dan tot
100° verwarmen, zoo vloeit er 5,352 cM'^ water uit. Bereken
de gemiddelde uitzettingscoëfficiënt van water. Be verdamping
wordt niet in aanmerking genomen.
18. Het volume van een gas bij 0° — v. Bereken het volume bij T.
Drukking constant.
19. Als het volume van een gas bij f gelijk v is, hoe groot is het
dan bij 0°? En hoe groot bij