Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
SK)
8. Van eene luchtpomp is de inhoud der pompbuis = P (600) cM^,
de schadelijke ruimte = p (2) cM-\ Bepaal de spanning der lucht
in de klok, als ze zooveel mogelijk verdund is.
9. Het kwik in het gesloten been van den verklikker eener lucht-
pomp staat 5 mM hooger dan in het open been. Welken graad
van luchtverdunning is bereikt, als de barometerstand 750 mM is?
10. De inhoud van de pompbuis eener luchtpomp is 0,7 d]\r\ Na
den eersten slag is de spanning der lucht in de klok 684 mM.
Bereken den inhoud van den recipiënt. Barometerstand normaal.
11. Twee lichamen, waarvan het eene een volume heeft van 0,85
dM-^ en het andere van 0,09 dM^, maken onder de klok eener
luchtpomp evenwicht, als de verklikker eene spanning aanwijst
van 6 cM. Hoeveel verschillen deze lichamen in de lucht aan
gewicht bij normalen barometer.stand ?
12. Van eene luchtpomp heeft de pompbuis een inhoud van 0,7ï>
dM^ en de klok van 3 dM\ Als de lucht in de klok aanvan-
kelijk 1,2.5 G per L weegt, hoeveel G lucht is er dan in de
klok na den eersten slag?
13. Eene aan beide zijden open buis wordt in een bak met kwik
geplaatst. Daarna wordt het bovenste einde met den recipiënt
eener luchtpomp verbonden. Na eenige slagen staat het kwik
in de buis 735 mM hooger dan in den bak. Bepaal de span-
ning der lucht in de klok. Barometerstand normaal.
14. Van eene luchtperspomp is de inhoud der pompbuis 0,8 dM'
en die van den ontvanger 2,4 dM^. Als de lucht in den ont-
vanger aanvankelijk eene spanning heeft van 75 cM, bepaal
dan de spanning na 1 en na 2 slagen.
15. Als de inhoud der pompbuis r= a, die van den ontvanger — b
en de spanning der lucht in den ontvanger = A, bepaal dan
de spanning na n slagen.
16. Na hoeveel slagen zal de lucht in den ontvanger der pomp
uit n°. 14 eene spanning hebben, die het tienvoud van de
oorspronkelijke is?
17. Van eene luchtperspomp heeft de ontvanger een inhoud van 3 dM".
Na 16 slagen is de spanning der lucht in den ontvanger 4maal
zoo groot als ze eerst was. Bereken den inhoud der pompbuis.