Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S15
§ 8. Luchtpomp. Luchtperspomp. Zuigpomp.
Perspomp, i).
(Leerboek I, § 10 en § 12).
N.B. Als het tegendeel niet gegeven is, wordt in de volgende vraagstukken
ondersteld:
a) dat er geene schadelijke ruimte is.
h) dat de spanning der lucht in de klok der luchtpomp aanvankelijk
1 atmospheer is.
Met den inhoud der klok wordt bedoeld die van klok cn geracenschaps-
buis samen; met den inhoud der pompbuis de ruimte onder den zuiger,
als deze zoo hoog mogelijk is opgehaald.
1. Van eene luchtpomp is de inhoud der klok 8 maal zoo groot
als die der pompbuis. Bereken de spanning der lucht in de
klok na 1, 2, 3 . . . n slagen.
2. Blijkt uit deze uitkomsten, dat in de klok geen luchtledig is
te verkrijgen?
3. Bereken de spanning der lucht in de klok na n slagen, als
de inhoud der klok a en die der pompbuis h is.
4. Na hoeveel slagen zal de spanning der lucht in de klok 0,512
atmospheer zijn, als de inhoud der klok 4 maal zoo groot is
als die der pompbuis ?
5. Bereken de verhouding der inhouden van klok en pompbuis,
als de spanning der lucht in de klok na 4 slagen ^Vsso atmos-
pheer is.
6. De pompbuis eener luchtpomp heeft, van binnen gemeten,
eene middellijn van 7 cM en eene hoogte van 22 cM, terwijl
de klok een inhoud heeft van 3,85 dM'l Hoe groot is de span-
ning der lucht in de klok na 3 slagen, als de zuiger eene
dikte heeft van 2 cM?
7. Van eene luchtpomp is de inhoud der klok 7 maal zoo groot
als die der pompbuis, terwijl de schadelijke ruimte 0,004 van
den inhoud der pompbuis bedraagt. Hoe gi'oot is de spanning
der lucht in de klok na den eersten slag? Hoe groot zal de
spanning zijn, als de lucht zooveel mogelijk is verdund?
') Voor andere vraagstukken over deze pompen zie men § 15,