Boekgegevens
Titel: Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Auteur: Horn, D.; Gast, Simon de
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. Ykema, 1894
Arnhem: G.J. Thieme
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4791
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200845
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken over natuurkunde: behoordende bij het Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
S12
1 ?
13, Van een hevelbarometer is de middellijn van het lange been
5 mM en die van het korte 3 cM. Hoeveel verandert de baro-
meterstand, als het kwik in het gesloten been 18 mM daalt'?
§ 7. Wet van Boyle. Manometers.
(Leerboek 1, § 9 en § 11).
1. In eene buis van Boyle is kwik gegoten tot het in beide beenen
even hoog staat. De luchtkolom in het gesloten been is nu 15
cM hoog. In het open been wordt zooveel kwik gegoten, dat
de lucht in het gesloten been tot op een derde van haar
oorspronkelijk volume is samengeperst. Hoeveel cM verschillen
nu de beide kwikoppervlakken, als de barometerstand 75 cM is?
Hoeveel is het kwik in het lange been boven den oorspronke-
lijken stand gerezen?
2. In eene buis van Boyle is kwik gegoten tot het in beide beenen
even hoog staat. De luchtkolom in het gesloten been' is nu
24 cM hoog. In het lange been wordt kwik gegoten tot dit in
het korte been 16 cM boven den oorspronkelijken stand staat.
Hoe hoog staat hët kwik in het lange been boven den oor-
spronkelijken stand? Barometerstand 760 mM.
3. In eene buis van Boyle wordt eenig kwik gegoten, waardoor
de kwikspiegels in de beide beenen 6 cM verschillen en de
luchtkolom in het korte been 12 cM lang is. Bepaal het ver-
schil in hoogte tusschen de kwikspiegels, als er zooveel kwik
bijgegoten wordt, dat de luchtkolom resp. 9 en 6 cM lang
wordt. Barometerstand 75 cM.
4. Eene barometerbuis wordt voor een deel met kwik gevuld en
daarna omgekeerd in een diepen bak met kwik geplaatst zoo,
dat het kwik in de buis 5 dM hooger staat dan in den bak. Be-
paal de spanning der lucht in de buis. Barometerstand normaal.
5. Als de buis nu zoover omhoog gehaald wordt, dat de spanning
der lucht tot op de helft vermindert, hoeveel cM staat het
kwik dan in de buis hooger dan in den bak?
6'. Eene gedeeltelijk met kwik gevulde buis wordt omgekeerd in
een diepen bak met kwik geplaatst zoo, dat de vloeistofopper-