Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
te coustrueeren, ".vaiiueer men hem om de lijn as
laat wentelen
6. Een figuur [n'l'o', n" k" l" o") is samengesteld
uit twee eirkelsegmenten , welke een gemeenschap-
pelijke koorde hebben en die te zamen den cirkel
van Fig. ö'» vormen. Het vlak van het eene seg-
ment is evenwijdig aan het horizontale, dat van het
andere aan het vertikale vlak van projectie. De
projecties van deze figuur te construeeren, wanneer
men haar laat wentelen om een lijn, welke loodrecht
is op het horizontale vlak van projectie. De as van
omwenteling ligt in het vlak van het vertikale seg-
ment en deelt de gemeenschappelijke koorde der
beide segmenten middendoor.
Daar de bewerking van de vraagstukken 5 en 1 en even-
zoo die der vraagstukken (i en 2 met elkander in hoofd-
trekken overeenkomen, zullen wij bij de beschrijving vau de
figuren .5 en 6 niet stilstaan. De hoek van omdraaiing be»
draagt wederom telkens 45°. -----------------------
; ; I
-Jl
iandscn bciiooimuct urn
PL."lll. ïnjracht 151 bij da Prinserstr^.^'-
PROJECTIES VAN LICIlAiïês'. ERD ' 'V
1
1. De projecties te teekenen van een regelmatige
zeshoekige piramide, welke op het horizontale vlak
van projectie is geplaatst. De ribben van het grond-
vlak hebben een lengte van 2 c.M., terwijl de hoogte
van de piramide 5 c.M. bedraagt.
Beschrijf een regelmatigen zeshoek a'b' c'd'e'f', waarvan
de zijden gelijk ziju aan 2 c.M.; vereenig de hoekpunten
i