Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
IG
derhalve geen bezwaar opleveren. Overigens zal de oplossing
van dit vraagstuk, na de behandeling van figuur 1, wel niet
verder behoeven aangewezen te worden. De figuren en
stellen de projecties van den vijfhoek voor, wanneer
zijn vlak achtereenvolgens 45° en 90'' wordt gedraaid.
4. Een figuur {p^'jy' r' a',p" ?n" fj" r") is samenge-
steld uit twee veelhoeken, welke een zijde gemeen
hebben en die te zamen den regelmatigen vijfhoek
van het voorgaande vraagstuk vormen. Het vlak van
den eenen veelhoek is evenwijdig aan het horizon-
tale, dat van den anderen aan het vertikale vlak van
projectie. Men vraagt de projecties van deze figuur
te bepalen, wanneer men haar laat wentelen om een
lijn welke loodrecht is op het horizontale
vlak van projectie. Een der hoekpunten van den
vertikalen veelhoek ligt op de as van omwente-
ling.
De oplossing van dit vraagstuk komt in hoofdtrekken over-
een met die van het vraagstuk, waarop figuur 2 betrekking
heeft, zoodat een uitvoerige bespreking daarvan overbodig
wordt geacht. Alleen zij opgemerkt dat in Fig. de hori-
zontale projectie r[ wel op zeer weinig na, doch niet vol-
komen op het verlengde van de lijn ligt. De af-
stand van ?•/ tot die lijn is echter zoo klein, dat men hem
in de teekening zal kunnen verwaarloozeu, zonder een groote
onnauwkeurigheid te begaan. De hoek van omdraaiing be-
draagt wederom telkens 45°.
5. Een cirkel k'l', n''k"V') ligt in een vlak, dat
evenwijdig is aan het vertikale vlak van projectie;
door het middelpunt van den cirkel is eén lijn («',«" s")
loodrecht op het horizontale vlak van projectie ge-
trokken. Men vraagt de projecties van dezen cirkel