Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
rizoutale projectie loodrecht is op MN^ eu die met
de vertikale projectie a"^ s'^ van de as van omdraaiing samen-
valt, gelijk in Fig. is voorgesteld. Deze figuur is op over-
eenkomstige wijze uit Fig. als deze laatste figuur uit Fig.
P afgeleid.
2. Een figuur {b'e'c'd'f, a" h" e" f d") is samenge-
steld uit twee vierhoeken, welke een zijde gemeen
hebben en die te zamen den rechthoek «" Ä" c" Fig. la
vormen. Het vlak van den eenen vierhoek is even-
wijdig aan het horizontale, dat van den anderen aan
het vertikale vlak van projectie. De projecties van
deze figuur te construeeren, wanneer men haar laat
wentelen om een lij n , a"«"), welke loodrecht is op het
horizontale vlak van projectie. Het hoekpunt («', a")
vau den vertikalen vierhoek ligt op de as van om-
wenteling.
Zij het bovenste deel vau de figuur evenwijdig aan het
horizontale vlak van projectie; alsdan is de vertikale projectie
e" c" f d" van dat deel een lijn, welke evenwijdig is aan de
as van projectie iV/iV, terwijl de horizontale projectie e'c'rf'ƒ'
de werkelijke gedaante van dat deel doet kennen. Van deii
vertikalen vierhoek is de horizontale projectie b' e'a'f' een
lijn, welke evenwijdig is aan M N^ terwijl de vertikale pro-
jectie a" b" e" f" de werkelijke gedaante van dien vierhoek
aanwijst. De projecties e'e'd' f' en a" b" e" f zullen dus te
zamen den rechthoek a" b" c" d" (Fig. I«) vormen. Om nu de
projecties van de gegeven figuur in den eerst aangenomen
stand te construeeren, beschrijve men een rechthoek a^b^cld'l^
welke geheel overeenkomt met den rechthoek a" b" c" d"
Fig. r. Trekt men nu cWo en << loodrecht op MN
en een lijn e"f" evenwijdig aan MN; maakt mea —