Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
6. Een lijn ai is loodrecht op het horizontale vlak
van projectie en wordt gesneden door een lijn ac.
Men vraagt de lijn ac om de lijn ab als as te laten
wentelen, totdat zij evenwijdig is aan het verti-
kale vlak van projectie.
Aangezien de lijn oc de lijn ab snijdt, zal de horizontale
projectie a' van de lijn ab op de horizontale projectie a' c'
van de lijn ac moeten gelegen zijn (8, 9).
Laat men de lijn ac om de lijn ab als as draaien, dan
blijft het punt c op denzelfden afstand van het horizontale
vlak van projectie en derhalve zal de vertikale projectie van
dat punt e zich steeds bevinden op de lijn J" c" ?«, welke
door c" evenwijdig aan de liju JfiVis getrokken (14).
Nu kan men de lijn (e', c" n) beschouwen als een lood-
lijn, welke uit het punt c op het horizontale vlak van pro-
jectie is nedergelaten, en daar ab mede loodrecht is op dat
vlak, zoo zijn de lijnen en eu ab aau elkander evenwijdig.
Bij de wenteling nu van de lijn ac behouden en en ab
denzelfden afstand tot elkander en hieruit volgt, dat het punt
c' een cirkelboog zal beschrijven, welke een deel is van den cir-
kel, die het punt a' tot middelpunt en de lijn a' c' tot straal heeft.
Trekt mea nu a' cl evenwijdig aan de as van projectie
MN en uit c[ de lijn c,'c', loodrecht op 31N-, vereenigt
men verder a" met c", dan stelt («' c/, a" c",) de lijn a c in
den ge vraagden stand voor (7).
De liju a"c|' doet de werkelijke lengte van de lijn ac
kennen (7).
7. Van een driehoek abc is de zijde ab iu het ver-
tikale vlak van projectie gelegen en tevens lood-
recht op de as van projectie 3£N. Men vraagt dezen
driehoek op bet vertikale vlak van projectie neder
te slaan.