Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
lijn CMc met den cirkelomtrek. Beschrijf nu uit A als
middelpunt met A d en uit D als middelpunt met B d als
straal de cirkelbogen d fli en d e y. Neem boog y e — boog
de en boog fh — boog d f, dau zijn y en h de middel-
punten der cirkels, waarvan mm' en nn' deelen zijn, ter-
wijl d het middelpunt aanwijst van den cirkel, waartoe de
bogen p p' en q q' behooren. De punten p' en q', waarin
deze bogen overgaan in de cirkelbogen, uit de punten ^ en
B beschreven, worden op overeenkomstige wijze gevonden
als in de vorige figuur (1.«) voor het punt 2 is aangewezen,
terwijl de constructie der onderdeelen van deze figuur ge-
heel overeenkomt met die vau Fig. 1.
PL. IX.
GOTHISCn SPIÏSBOOGRAAM.
Trek rechthoekig op elkander de lijnen AB en C1). Neem
6A — GB, doch overigens naar willekeur; beschrijf uit A
en uit ü met A D als straal de cirkelbogen B C en A C. Ver-
deel elk dezer bogen in 4 gelijke deelen en trek de stralen
AA, A. 2, A. 3, B. 1', enz. Hierdoor verkrijgt men de mid-
delpunten d, e en f der kleine binnenbogen ykh, kim,
liil, waarvan de stralen gelijk zijn aan h. d e — \ e f — Idf
Vereenigt men de punten d,e en f twee aan twee dan ontstaat
de gelijkzijdige driehoek def.
Beschrijf uit het punt A als middelpunt met Al en uit
B als middelpunt met By als straal de cirkelbogen E F en
DE] beschrijf verder uit het punt d als middelpunt met
dp — è t^e als straal een cirkel en in dezen cirkel den
gelijkzijdigen driehoek pqr, waarvan de zijden evenwijdig
zijn aan die van den driehoek def, dan zijn dc ])uutcn
p, q en r dc middelpunten der toten stu, enz. Voor dc