Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
De vulling van deze cirkelbogen leg, 3 e/en 5 (//ge-
schiedt als bij Figuur 4 is aangewezen.
Vierglopigc.
6. Deel den omtrek eens cirkels in 8 gelijke deelen. Bepaal de
punten h,c,dme op gelijke wijze als de punten c, S en rfin
Figuur 5 en beschrijf uit die punten als middelpunten met
c.\ d. 7 =■ enz. als straal de cirkelbogen Zgf enz. De
vulling dezer cirkelbogen geschiedt op dezelfde wijze als in
de beide voorgaande figuren.
7. Beschrijf in den gegeven cirkel een vierkant 1.2.3. 4
en trek de middellijnen 5.6 en 7.8 evenwijdig aan de zij-
den van dit vierkant; daardoor verkrijgt men de punten abd
en c. Vereenigt men deze punten twee aan twee dan be-
komt men het vierkant abed.
Beschrijf nu uit a als middelpunt met a e als straal dea
cirkelboog e/, en uit g als middelpunt met g l als straal
den cirkelboog l f. Vereenig het snijpunt dezer cirkelbogen
met het punt g en beschrijf uit g als middelpunt met g c als
straal den cirkelboog 3 c o en uit / als middelpunt met fa
= ae — \gl= | <// als straal mede een cirkelboog, dan
zal deze, daar g oz=ic g— \g f ew dus fo-=.\g f\%, door
het punt O gaan. Op gelijke wijze worden de kromme lijnen
2anh, Xbqd tn \dpe verkregen.
PL. VIII.
GOTHISCHE SPITSBOGEN.
1. Beschrijf in een gelijkzijdigen driehoek ABC den
cirkel Ma-, trek door het middelpunt M en elk der hoek-
punten van den driehoek A B C een lijn. De snijpunten a,i
en k van deze lijnen met den cirkelomtrek bepalen de hoek-
punten van den gelijkzijdigen driehoek aik-, verleng de