Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
overeen met die van figuur 2 ('). Deel den hoek akf mid-
dendoor en bepaal het snijpunt z van de deellijn k t met
de lijn a l. Laat men uit het punt z (Fig. 3. b) de loodlijn
zu neder op de zijde ad, dan wijst deze loodlijn de grootte
aan vaa den straal, waarmede de cirkelbogen moeten be-
schreven worden, die met de zijden van deu driehoek adf
de klaverbladen vormen.
Twceglopigc.
4. Verdeel de middellijn « S in 4 gelijke deelen ax — xM =
— Myi=.yh en beschrijf uit de punten x en y als mid-
delpunten met M als straal de cirkelbogen «/M
en M/'è. Trek de middellijn cMc? zoodanig dat /_aMc —
— 15°; alsdan is boog = i boog afM. Deel in 4
gelijke deelen M.\ = \.2 = enz. en trek uit 2 de lijn 2 /'
loodrecht op Md-, maak e/' = M. 1, dan zijn 1, 3 en e de
middelpunten der cirkelbogen M y, hd en g f' h. De boog
a/M moet op gelijke wijze door cirkelbogen gevuld worden.
Drieglopigc.
5. Deel een cirkelomtrek in G gelijke deelen. Verleng de
middellijn 5.2 en bepaal het snijpunt a van deze lijn met
de raaklijn aan den cirkel in het punt 1. Deel den hoek
2 a 1 middendoor; zij h het snijpunt van de deellijn met
de middellijn 1.4. Neem MC=Md=zMb en beschrijf uit
6, c en als middelpunten met 6.1 als straal de cirkelbogen
1 eg, e/3 en fy 5.
1) Twee overhoeks staande gelijkzijdige driehoeken met een zelfde
middelpunt, waarin nog weder andere dergelijke driehoeken geplaatst
zijn, vormen een constructie-figuur, die door de middeleeuwsche Bouw-
mecster.s „triangulatuur genoemd werd.