Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Tador boog.
7. Verdeel de spanwijdte a 6 in 4 gelijke deelen n. 2 = 2. c —
=zc. 2' =r 2' b, en beschrijf op 2.2'een gelijkzijdigen driehoek
2.2'e; verleng de zijden 2.e en 2'.e naar beide zijden en
bepaal de snijpunten ƒ en ƒ' van deze lijnen met de lijnen
b ƒ en a ƒ' of rechtstanden uit 6 en n loodrecht ge-
trokken opab. Beschrijf uit 2 als middelpunt met 2 a als straal
den cirkelboog ag, en uit /als middelpunt met fy als straal
den cirkelboog p d. Beschrijf op gelijke wijze uit 2' deu cir-
kelboog b ()' en uit /' den cirkelboog g'd, dan is aydy'b
een Tudor boog.
loorsfbc rondboog.
8. Trek uit het midden c der spanwijdte a i de lijn ch
loodrecht op a 6; trek daarna a d evenwijdig aan c h en neem a d
= ac. Beschrijf op ad Aen gelijkzijdigen driehoek ade en
verleng de zijde ae, tot zij het verlengde van hc snijdt; zij
ƒ het snijpunt dezer lijnen. Maak cgzrzcf en beschrijf uit
g als middelpunt met g a als straal den cirkelboog ahb en
uit ƒ als middelpunt met fa als straal de cirkelboogjes aa'
en b b'. De overige constructie blijkt voldoende uit de figuur;
de afmetingen kunnen naar willekeur genomen worden.
Iloorsche piiutboog.
9. Verdeel de spanwijdte a i in 6 gelijke deelen o. 2 = 2. 1
= enz.; trek uit het midden m van ai de lijn dmch
loodrecht op a i en door de punten 1 en 1' lijnen evenwij-
dig aanerf. Neem vereenig 1 met 3'en maak
l.f= l'.g r= 1. 5 = i'. 4 = 1. 3'. De punten / en zijn
de middelpunten der cirkelbogen h b en a h, terwijl 4 en 5
de middelpunten der kleine cirkelbogen a a' en b b' zijn.