Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
b. Bepaal de brandpunten d, d' der ellips; beschrijf uit
X als middelpunt met x d als straal den cirkelboog dc, tn
met X d' als straal den cirkelboog d' e-, beschrijf verder uit elk
der punten d en d' als middelpunt met ab als straal een
cirkelboog en bepaal de punten k en l, waarin deze bogen de
cirkelbogen dc en d' e snijden. Vereenigt men nu d met A-eu
d' met l, dan verkrijgt men op den omtrek der ellips twee
snijpunten m en n. De lijnen x m ta xn nu zijn beide raak-
lijnen aan de ellips.
Gewelfbogen.
Ebh gewelfboog te besclirijveD
4. met gel ij ken rechtstand.
ö 4 is de spanwijdte, cd A.t spanhooc/le.
a. Deel a ö iu c middendoor; trek uit c de lijn cd lood-
recht op ab-, vereenig a met d; neem ae — ac en trek door
het midden van ae de lijn ftj loodrecht op ae ; bepaal het
snijpunt (/ van deze liju met het verlengde van dc. Maak
l_f gd— l_fgd en beschrijf uit g als middelpunt met gd
als straal, den cirkelboog fdf. Wanneer men dan nog uit A
met ha — hf als straal deu cirkelboog af, en uit i met
ib — if als straalden cirkelboog/' b beschrijft, dan af df b
de gevraagde gewelfboog.
b. Beschrijf op a c { a 6 den gelijkzijdigen driehoek ace.
Neem cf=.cd, trek de lijn d f tu. uit het puut g, waar
deze lijn de zijde ae snijdt, de lijn gih evenwijdig aan ce.
Bepaal het snijpunt h van de lijn g i h met het verlengde
van c d en trek uit h een lijn h k g' z jodanig dat /_dh g'
= Ldhg Beschrijf uit h als middelpunt met h d als straal
den cirkelboog gdg', uit i als middelpunt met i g — ia als
straal den cirkelboog «(/en uit k als middelpunt met kg'