Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
PL. VII.
MEETKUNSTIGE KROMME LIJNEN.
Ellips.
1. Constructie. Beschrijf uit het punt M als middelpunt
met M C = M D als straal en met M A — MB als straal
een cirkel. MA en MC zijn naar willekeur genomen. Trek
de middellijnen AB en CB loodrecht op elkander; verdeel
den omtrek van den cirkel M A in een zeker aantal b.v.
acht gelijke deelen, zoodat Ae = ef = fg = enz., en
verdeel den omtrek van den cirkel M C in een even groot
aantal gelijke deelen ae' — e'f — f g' — enz. Trek uit
e een lijn evenwijdig aan C B en uit e' een lijn evenwij-
dig aan AB, dan is het punt e", waarin deze twee lijnen
elkander snijden , een der punten van den omtrek eener ellips.
AB IS de groote, CD de kleine as dezer ellips.
2. 2" Constructie. Trek twee lijnen A B en CD loodrecht
op elkander; neem M C — M D en M A — MB, doch ove-
rigens naar willekeur. Zij M A y M C. Beschrijf uit C als
middelpunt met MA = MB als straal een cirkelboog en
bepaal de snijpunten F, F' van dezen cirkelboog met de
lijn AB; deze punten F en F' worden de brandpunten van
de ellips genoemd.
Neem op A B een punt a naar willekeur en beschrijf uit
F als middelpunt met Aa en uit F' als middelpunt met
Ba als straal een cirkelboog; de snijpunten a' en a" van deze
cirkelbogen zijn beide punten van den omtrek eener ellips,
welke AB tot groote en CD tot kleine as heeft.
3. 3« Constructie. Beschrijf den rechthoek abdc; trek door
het middelpunt M van dezen rechthoek de lijn AD || ac
en de lijn CD || ab. Verdeel Bc in een zeker aantal gelijke