Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
met 9 deelen van de schaal AB, zoodat 10 «e = 9 ai
en dus ae — a b. Hieruit volgt Aai ab — a e = ab —
h = tV verder dat ac — af— 2 ah — 2ae
= ad — aff =: 3 ab — 3 ae — ^^^ ab en
ak — al — kl z= A ab — A ae — ^\ab. Hieruit blijkt
dat de lengte van de staaf CZ» = 86 aè + A/=:86,4 ah
is. Het aantal tiendedeelen wordt terstond gevonden door na
te gaan welk streepje van de nonius met een der deelstreepea
van de schaal A B samenvalt. In het bovenstaande voorbeeld
is het de vierde deelstreep, gelijk door het daarbij geplaatste
cijfer op de nonius wordt aangewezen, zoodat men derhalve
slechts 4 tiendedeelen aan de 86 deelen van de schaal AB
had toe te voegen.
PL. III.
STRIKKEN EN VLECHTEN.
Strikken.
1. Trek de beide elkander rechthoekig snijdende lijnen 5
en CD. Neem aM—hM, doch overigens naar willekeur
en beschrijf op ö 6 de gelijkzijdige driehoeken cab en dab-,
trek door het punt M de lijnen e/ en g h evenwijdig aan de
zijden van deze driehoeken. Neem op de lijn A B den afstand
Mx naar willekeur en maak My — Mx\ bepaal evenzoo op
de lijn CB punten, welke even ver van M zijn verwijderd;
hier zijn daarvoor de punten c ea d genomen. Laat uit y een
loodlijn neder op de lijn ac; deze lijn snijdt de lijn bc toe-
vallig juist in het puut g, doch dit is geen vereischte. yg
stelt nu den straal van den binnencirkel g b' f, y i den straal
van den buitencirkel iBs voor. Laat men uit c een loodlijn
op het verlengde van db neer, dan is cde straal van den