Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
met elkauder en elk in het bijzonder met het middelpunt m.
Ue verdere voltooiing dezer figuur, gelijk door fig. G wordt
aangewezen, blijft aan den leerhng overgelaten.
Bij fig. 3, 4 en 6 zijn die deelen, welke in de schaduw
liggen, door een tint aangegeven, welke zwak moet worden
aangelegd; door de schaduw langs de bovenkanten eenigszins
krachtiger te maken en te laten uitvloeien wordt het effect
verhoogd.
Men drage zorg dat de beide penseelen, die men hierbij
gebruikt, het eene voor O. I. inkt, het andere voor zuiver water
nooit overladen zijn en niet met elkander verwisseld worden.
SYMMETRISCHE FIGUREN. (1).
PL. XV.
Neem een zekere lijn l als eenheid van maat aan en be-
schrijf met een afstand 0A=xl6/ als straal een cirkel. Be-
schrijf in dien cirkel den regelmatigen zeshoek A A' A .. ..; de
punten M, M' wijzen het midden der zijden van den zeshoek
aan. Neem Aa = ab — bc — A'a' ~ a' b' — b' c' = enz.
= M d — d e :=M' d' = d' e' — 2 l. Vereenig de gelijknamige
punten zooals A en A, « en a enz. vau de lijnen U A,
alsmede A' en A\ a' en a' van de lijneu O A'; deze lijnen
moeten in haar geheel getrokken worden. Vereenig de ge-
lijknamige punten van de lijnen OM en die der lijnen OM';
de punten p', q' zijn de snijpunten vau de lijnen M M en e e
met de lijnen O M', en de puntenp, q die der lijnen M' M' en e' e'
met de lijnen O M. Vereenigt men nu de punten p en evenzoo
de punten q twee aan twee op behoorlijke wijze, dan ver-
krijgt men de stervormige figuur p'pp'.... Neemt men
voorts ln — nk — lo = om = l en vereenigt men onder deze
punten die van gelijken naam, dan zal de verdere bewerking
van de figuur geen bezwaar meer opleveren.