Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
5. Neem ali = ah' naar willekeur; beschrijf het vier-
kant aha' h'\ trek de diagonalen a a' en hb'\ neem hf—h'f'
^ b ojj e = h' e' ~ h h' Qw a g z=:z a b', Neem ahz^b k
e m — hn^ a' h' =h' k' ^ fl — e' m' ~ enz. = vei-
eenig de punten e en e', h en h' enz. en trek uit de punten
b.ejijc, enz. b\e\h\k\ enz, lijnen evenwijdig aan rt«'; trekt
men nu nog uit de ])unten 6,/, e enz. lijnen evenwijdig aan a q en
uit de punten h' f'e' enz. lijnen evenwijdig aan a r, dan heeft
men de noodige gegevens om de figuur verder af te werken.
0. Beschrijf een net van vierkanten aDcd\ trek de
diagonalen eu door de snijjmnten van deze diagonalen lijnen
evenwijdig aan Cl) en CE; daardoor zal men een net vau
kleinere vierkanten bekomen. Neem aez^am^ cf—cm
en herhaal deze bewerking aan elk der hoekpunten van
den rechthoek CDFE; trek de lijneu ff' en ee', dan
verkrijgt men de punten zoowel ouder als boven, en de
punten ^ , zoowel hnks als rechts. Trek de lijnen g k, hk
en hl\ deze doen de punten en q kennen; trek door de
punten en evenzoo door de punten q^q lijnen, dan ver-
krijgt men de kleine vierkantjes A; trek eindelijk voor zoo
ver noodig de diagonalen der vierkanten p n.
Men beginne nu met de vierkantjes A en de regelma-
tige achthoekjes B in teekening te brengen; de overige be-
werking volgt dan als het ware van zelf. Om de verticale
zijden der achthoekjes B te bepalen, trekke men door de
punten r verticale lijnen.
7. De punten a^f^h^g^c^h^d^e^ zijn de hoekpunten van
eeu regelmatigeu achthoek. Ten aanzien van de dikte der
staafjes en den loop der versteklijntjes raadplege men de be-
schrijving van fig. 2 en 3. De verdere bewerking zal wel geen
nadere toelichting vereischen.
8. De })unten ƒ, i, c, A, t/, e zijn wederom de hoekpun-
ten van een regelmatigeu achthoek. De breedte der door
elkander gevlochten banden is gelijk aan de hoogte bo van
het driehoekje m b n. Het afwerken van de figuur wordt ver-
der aan den leerling overgelaten.