Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
de liju ƒ evenwijdig aan de lijn (11, 3) en de lijn apc
evenwijdig aan de lijn (1, 5) enz.; neem i a'a'=\ a,
3 b' = 3b" = 3b enz. dan kan de verdere voltooing der fi-
guur geen bezwaar meer opleveren.
3. Beschrijf een cirkel en verdeel den omtrek van dezen in
vijf gelijke deelen. Trek de stervormige figuur a c e 6 «Z a. Neem
ao = oc; trek uit o de lijn op\\be, uit p de lijn pq\\ecmz.
Elke band wordt door vier evenwijdige lijnen over zijne
breedte in vijf gelijke deelen verdeeld.
4. Beschrijf een cirkel en verdeel den omtrek van dezen in twaalf
gelijke deelen; teeken de gelijkzijdige driehoeken aei, bfk
enz. dan leert men de punteu p,r enz. kennen; trek uit
de lijn pq \\bf, uit r de liju rs || hd enz.
De stervormige band ap cr ... draagt over het midden een
zwarten band, waarvan de breedte gelijk is aan A der breedte
van den hoofdband, terwijl de stervormige band bqdf....
door vier evenwijdige lijnen over zijne breedte in vijf gelijke
deelen wordt verdeeld.
PARKET EN RANDEN.
PL. XI.
Arabische Styl.
1. Parket.
Beschrijf het vierkant abdc-, verdeel elke zijde in vieren
twintig gelijke deelen en vereenig de punten 1 en 1'. 3 en 3', 5 en
5' enz; door deze lijnen worden de schuinloopende banden be-
paald. Trek de lijnen ad m 2 2'; zij m het snijpunt dezer
lijnen; neem ml — mk — m\'; de punteu k en l bepalen de
breedte der horizontale en verticale banden; neem 3' b' =
3' c' — b' d' — b' e' enz. = \' a', dan heeft men de noodige
aanwijzingen om de figuur verder af te werken.
Men kan zich hierbij voorstellen, of dat de banden in
het midden hooger zijn dan aan de kanten, gelijk door het be-
schaduwde deel van de banden aan de rechterzijde der figuur