Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
Neem ab = A, maak cab = ll ea Z. ahc — L, dan
is abc de gevraagde driehoek.
d. de lengte van een der z ij den door A
de grootte van een der aanliggende hoeken
door H en die van den tegenovergelegen
hoek door L.
Om dezen driehoek te construeeren, zoeke men eerst den
derden hoek; daartoe trekke men de lijn mp, neme l_m,d n—H,
l__ndo — L, dan is l_odp = N As gevraagde hoek. De
overige bewerking komt met die van het voorgaande vraag-
stuk overeen.
e. de lengte van twee der z ij den door A
en B en de hoogte door h.
Neem ab=.A-, trek uit b de lijn b h' loodrecht op «6
en neem bh' = h; trek c h'd || ab-, beschrijf uit b met B
als straal een cirkelboog cd'-, vereenig elk der snijpunten
c en d' met a en b, dan zullen de beide driehoeken abc
en ab d' aan de vraag beantwoorden.
Ebd jslijkzijdigBn iJrieloek te iesctrijven, wanneer jegevei; is:
7. de hoogte door h.
Beschrijf een gelijkzijdigen driehoek abc-, laat uit c een
loodlijn neder op ab; neem cd—h; trek door d de lijn
a'b' \\ ab en verleng de zijden ca en cb tot in a' en b',
dan is a' c b' de gevraagde driehoek.
Een gelijkbeenijen driehoek te besclirijïea, wanneer gegeven is:
8. de basis door A en de tophoekdoor/T.
Neem ab=zA; richt uit het midden dezer liju de loodlijn
op; deel nu den gegeven hoek H middendoor en trek
uit eenig punt g van de lijn c c? de lijnen ge en g f, zoo-
danig dat l_e g l_fg d-=z\Ii Indien dan ac || eg
en b c II g f zal abc de gezochte driehoek zijn.
9. de lengte van de basis door A en de top-
hoek gel ij k 90°.
Deel bc=.A middendoor en trek uit het deelpunt d de
lijn de loodrecht op b c. Beschrijf uit d met db = dc
als straal een halven cirkel; vereenig het snijpunt a van