Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
Het verdeelen der zijden van eeu driehoek, waarvan
de hoekpunten buiten de grenzen der teekening vallen.
De zijden ah, bc en ac van een driehoek te verdeelen:
8. in 2 gelijiie deelen.
Trek uit eenig punt g van de zijde a 6 de lijn g h even-
wijdig aan bc en de lijn gi evenwijdig aan ac, vervol-
gens ih evenwijdig aan ab-, trek eindelijk door het mid-
den k der lijn gi en het punt h de lijn kl, dan is l het
midden van de zijde a c. Men heeft verder slechts lm | [ ie
en In \\ ab te trekken om de punten m en n te leeren
kennen, die op het midden van de zijden ab en bc zijn
gelegen.
9. in 3 g e 1 ij k e deelen.
Construeer, evenals in fig. 8, de lijnen lm en Zn; trek de
lijn nm en deel haar in o middendoor; trek voorts de lijn
ol en door o de lijn op evenwijdig aan nl. Vereenigt
men nu p met n en trekt men door het snijpunt Q vau de
lijnen kl en p n lijnen, evenwijdig aan de zijden ab, bc
en ac, dan zijn de punten 1, 1', 2 enz. de gezochte deel-
punten van de zijden des gegeven driehoeks.
10. in 4 g e 1 ij k e deelen.
Bepaal de punten o en p, evenals in fig. 9; trek door
deze punten lijnen evenwijdig aan de zijden van den drie-
hoek, dan wijzen de punten 1, 2 enz. de gezochte deel-
punten aan.
11. in een onbepaald aantal gelijke deelen.
Trek de lijnen p q en r s evenwijdig aan de zijde b c.
Verdeel elk dezer lijnen in hetzelfde aantal gelijke stukken
als waarin de zijden van den driehoek moeten verdeeld
worden. Trek door de punten 1 en 1', 2 en 2' enz. lijnen,
dan zullen de snijpunten 1", 2" enz. de deelpunten vau de
zijde bc aanwijzen; die vau de zijden ab en ac worden ge-
vonden door uit 1", 2" enz. lijnen te trekken, evenwijdig
aan a c en a b.