Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
Trek de lijn ac naar willekeur en ueem daarop, van a
uit beginnende, zeven gelijke stukken van onbepaalde grootte.
Vereenig de punten 7 en 6 en trek uit de punten 6, 5,. .. 1,
lijnen evenwijdig aan 7 b-, de snijpunten 6', 5',... 1' van
deze lijnen en de lijn a b wijzen de gezochte deelpuntea
van a b aan.
12. in 10 gelijke stukken. (Beginsel der trans-
versaalschalen).
Trek a c loodrecht op a h, neem op a c tien gelijke stuk-
ken, vereenig de punten 6 en c en trek uit de punten 1,
2,... 9, lijnen evenwijdig aan ah, totdat zij de lijn bc
snijden, dan is de lijn, door het punt 9 getrokken, gelijk
aan ab, de lijn door het punt 8 getrokken gelijk aan
y'j a b enz.
13. in 9 gelijke deelen.
Zet op een lijn gh negen even groote afstanden uit;
beschrijf uit elk der punten g en h met den afstand
g h als straal een cirkelboog en vereenig het snijpunt i
dezer bogen met de punten y en h. Neem ia-=zib — A en
trek de lijn a b; trekt men nu lijnen door i en de punten
1, 2,... 8, dan zal de lijn ab door deze lijnen in 9 gelijke
stukken verdeeld worden.
Had men nog meer lijnen, b. v. B en C, in hetzelfde
aantal deelen te verdeelen, dan heeft men slechts ic — id
— B, ie = i/= C enz. te nemen; de verdere bewerking
blijft dezelfde als voor A.
14. in een aantal deelen gelegeutusschen2enl0.
Trek de lijnen m a en m b loodrecht op elkander, neem op
j» è, van m beginnende, eZ/gelijke afstanden, zoodanig dat
de afstand van «t tot 11 kleiner is dan de lijn A B en trek
uit de punten 1, 2 enz. lijnen evenwijdig aan ma. Be-
schrijft men nu uit m met de lijn m a — AB als straal een
cirkelboog ad en vereenigt men tn met het punt c gelegen
op de zesde lijn, dan is de lijn A B in zes gelijke deelen
verdeeld, enz.
Alle lijnen, welke langer zijn dan A B, kunnen met bc-