Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
Om dit vraagstuk op te lossen heeft men een nieuw ver-
tikaal vlak van projectie aangenomen, waarvan de horizontale
doorgang M T loodrecht is op M N, en dit vlak om den
vertikalen doorgang MP op het oorspronkelijke vertikale
vlak van projectie nedergeslagen.
Zij nu AB^ de doorgang van het hellend vlak met het
nieuwe vlak van projectie en R'" L'" de nieuwe vertikale
projectie vau den schoorsteen en van ziju dekplaat. Bepaal
de nieuwe vertikale projectie van de lijn, volgens welke het
licht zich voortplant; deze projectie maakt met de liju MP
een hoek van 45". Construeer de nieuwe vertikale projecties
e'", k"\ q'" cn h'" van de punten, waarin de lichtstralen,
welke door de punten /:, i, K, Q en II gaan, het hellend vlak
snijden. Trek uit e'" een lijn e'" e" evenwijdig aan MN en
uit E" een liju E" e" onder een hoek van 45° met M dan
is e" de vertikale projectie van het snijpunt van den licht-
straal, welke door het punt E gaat met het hellend vlak.
Trek e" e' loodrecht op M N en de lijn E'e' onder een hoek
van 45° met M N^ dan is e' de horizontale projectie vau
laatstgenoemd snijpunt. Handelt men nu evenzoo teu aanzien
van elk der punten L, Ä", enz, dan verkrijgt men voldoen-
de gegevens om de vraag te kunnen beantwoorden.
De dekplaat werpt ook een slagschaduw op den schoor-
steen; de lijn p" q\ welke evenwijdig is aan P" H\ is de
vertikale projectie van de grenslijn dezer schaduw.
4. Tegen een vertikalen muur, welke van een plint
CD is voorzien, rust een trapje A IL Men vraagt de
slagschaduw van dit trapje te construeeren.
Neem den muur als vertikaal vlak van projectie aan. Neem
verder een nieuw vertikaal vlak van projectie loodrecht op
de as van projectie M N aan en sla dit vlak om zijn verti-
kalen doorgang NQ op het eerste vertikale vlak van projec-