Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
4. Ue zuil MF en het dekstuk li G hebbeu beide
den vorm van een rechthoekig parallelopipedum.
Slagschaduw van het dekstuk. Ware de zuil niet aan-
wezig, dan zoude B" d'' c" h" R" C" D" de slagschaduw van
het dekstuk zijn (zie Fig. 1). Thans echter zullen de licht-
stralen, welke langs de ribbe Cl) strijken, voor een deel
door het voorvlak M F van de zuil worden opgevangen.
Om nu de grenslijn van de schaduw op dat vlak te cou-
strueeren, bepale men iu de lijn CB het punt F zooda-
nig, dat zijn schaduw p" op de lijn M E valt. Trekt men
nu de p" q" evenwijdig aau d" c", dan is deze de ge-
zochte grenslijn. Bepaalt men iu de lijn CB het punt Q
zoodanig, dat zijn schaduw q" op de ribbe NF valt, dan
zullen de lichtstralen, welke tusschen de punten Q en C
langs do ribbe CD strijken, weder door het vertikale vlak
van projectie worden opgevangen.
Slagschaduw van de zuil. Deze valt gedeeltelijk op het
horizontale, gedeeltelijk op het vertikale vlak van projectie.
Van de schaduvv L' N n op het horizontale vlak van projectie
is alleen de driehoek H' mn zichtbaar; de lijn JV' n is het ver-
lengde van Q' N'. De schaduw op het vertikale vlak van pro-
jectie strekt zich uit tot de lijn n q", welke uit het punt n
loodrecht op de as van projectie A'J^is getrokken; boven de
lijn e" d" vallen de slagschaduwen van de zuil en het dek-
stuk samen.
Eigenschaduw van de zuil en van het dekstuk.
In de projecties is van geen van beide iets zichtbaar.
5. De zuil EFGM heeft de gedaante van een
rechthoekig prisma, dat den gelijkbeenigen drie-
hoek E' F'G' tot grondvlak heeft. Het dekstuk IIB
is weder een rechthoekig parallelopipedum.
Slagschaduw van het dekstuk. De lichtstralen, welke