Boekgegevens
Titel: Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Auteur: Hooiberg, Timen
Uitgave: Leiden: T. Hooiberg en zoon, 1872-1873
2e verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-297
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200843
Onderwerp: Wiskunde: algebraïsche meetkunde
Trefwoord: tekenen, meetkunde, Leermiddelen (vorm), Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij de voorbeelden tot oefening in het rechtlijnig teekenen: ten gebruike bij het onderwijs aan hoogere burgerscholen en bij zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
Ue eigenschaduw vaii liet prisma bepaalt zich tot het zij-
vlak ABDE, daarvan kan echter noch de horizontale, noch
de vertikale projectie gezien worden.
7. Een driehoekige piramide TABC staat op het
horizontale vlak van projectie en zoo dicht bij het
vertikale vlak van projectie, dat hare schaduw ge-
deeltelijk op het eene, gedeeltelijk op het andere
vlak valt. Men vraagt deze schaduw, zoo mede de
eigenschaduw der piramide te construeeren.
Werden de lichtstralen niet voor een deel door het verti-
kale vlak van projectie opgevangen, dan zoude de driehoek
A' C' t' de slagschaduw van het lichaam zijn. Daar echter
de lichtstraal, welke door den top gaat, het vertikale vlak
vau projectie in het punt t" ontmoet, zoo zullen de grens-
lijnen van de schaduw bij m en n van richting veranderen ,
en op het punt t" uitloopeu; de schaduw op het horizontale
vlak van projectie wordt dus door A' C' mn, die op het ver-
tikale door n t" m aangewezen. De schaduw op het eerste vlak
wordt gedeeltelijk door de horizontale projectie der piramide
bedekt.
De eigenschaduw vau de piramide strekt zich slechts uit
W het zijvlak A T C-, de projecties van die eigenschaduw
zijn beide niet zichtbaar.
8 Deslagschaduw en de eigenschaduw te construee-
ren van een driehoekig prisma A B CD, dat op het
horizontale vlak van projectie is geplaatst en wel
zoo nabij het vertikale vlak van projectie, dat op
elk der beide vlakken van projectie een deel van de
schaduw geworpen wordt.
Zooals uit de teekening blijkt, zijn de projecties van het
prisma zoodanig gekozen, dat de schaduw van elk der punten
I), ß en F oj) het vertikale vlak van projectie valt. Van de